ECLI:NL:PHR:2017:1452

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 november 2017
Publicatiedatum
16 januari 2018
Zaaknummer
17/02590
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 395 SvArt. 395 lid 2 SvArt. 404 SvArt. 410a SvArt. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken proces-verbaal aantekening vonnis kantonrechter

Op 28 april 2015 heeft de kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant verdachte schuldig verklaard aan overtreding van een gemeentelijke verordening, zonder straf of maatregel op te leggen. Verdachte stelde hoger beroep in, maar werd door het gerechtshof niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing werd cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en stelde vast dat verdachte beroep in cassatie had ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter. Vervolgens werd aan verdachte de aanzegging van de Procureur-Generaal betekend.

Het middel van cassatie klaagt dat de kantonrechter in strijd met artikel 395 lid 2 Sv Pro heeft verzuimd het vonnis in het proces-verbaal van de terechtzitting aan te tekenen. Dit verzuim leidt volgens de Hoge Raad tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en van de uitspraak. De zaak wordt daarom terugverwezen naar de rechtbank Oost-Brabant voor een nieuwe behandeling op de inleidende dagvaarding.

Uitkomst: Het vonnis van de kantonrechter is vernietigd wegens het ontbreken van de verplichte proces-verbaal aantekening en de zaak is terugverwezen voor nieuwe behandeling.

Conclusie

Nr. 17/02590
Zitting: 21 november 2017 (bij vervroeging)
Mr. A.J. Machielse
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Op 28 april 2015 heeft de kantonrechter in de rechtbank Oost Brabant verdachte schuldig verklaard aan: Overtreding van het bepaalde bij artikel 4:6 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Cranendonck 2010 (2e wijziging), maar bepaald dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
2. Verdachte heeft tegen dat vonnis hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 16 oktober 2015 verdachte in dat hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Verdachte heeft tegen die beslissing op 30 oktober 2015 cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft op 23 mei 2017 het bestreden arrest vernietigd, verstaan dat verdachte tegen het vonnis van de kantonrechter beroep in cassatie heeft ingesteld en de stukken van het geding in handen gesteld van de griffier van de Hoge Raad. Vervolgens is aan verdachte opnieuw de aanzegging van de Procureur-Generaal op de voet van artikel 435 Sv Pro betekend.
3. Mr. A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, heeft een cassatieschriftuur ingezonden, houdende een middel van cassatie.
3.1. Het
middelklaagt dat de kantonrechter in strijd met artikel 395 lid 2 Sv Pro heeft verzuimd het vonnis in het proces-verbaal van de terechtzitting aan te tekenen hoewel verdachte binnen 14 dagen na het wijzen van dat vonnis hoger beroep heeft ingesteld. Volgens de steller van het middel is de sanctie op het niet nakomen van deze verplichting dat het vonnis nietig moet worden verklaard. De aantekening mondeling vonnis zal dus niet in stand kunnen blijven en de zaak zal moeten worden teruggewezen naar de kantonrechter voor een nieuwe behandeling.
3.2. Tot de aan de Hoge Raad gezonden stukken behoort een "aantekening mondeling vonnis" van de uitspraak op tegenspraak van de kantonrechter van dinsdag 28 april 2015. Verdachte heeft binnen drie maanden na deze uitspraak een rechtsmiddel ingesteld. De kantonrechter heeft verdachte aan een overtreding schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel, zodat hoger beroep tegen dat vonnis ingevolge artikel 404 Sv Pro niet openstond. Aldus is er geen sprake van een vonnis als bedoeld in het eerste lid van artikel 410a Sv.
3.3. Tot de aan de Hoge Raad ingezonden stukken behoort niet een proces-verbaal van de terechtzitting van de kantonrechter met daarin de aantekening van het vonnis zoals vereist door het tweede lid van artikel 395 Sv Pro, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dat proces-verbaal niet is opgemaakt. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en van de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. [1]
Het middel slaagt.
4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, sector Kanton opdat de zaak op de inleidende dagvaarding opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Vgl. HR 25 januari 2011, nr. 09/02997 en HR 22 maart 2016, nr. 13/01623, beide niet gepubliceerd.