Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Overzicht
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
A contrariobetoogt de Staatssecretaris voorts dat het vervallen van het tot 2014 geldende art. 2.6 Besluit Wfsv, dat werkgevers kwalificeerde op basis van het premieplichtig loon in jaar t in plaats van in jaar t-2, er op wijst dat de wetgever thans geen ruimte meer ziet voor een afwijking van de genoemde hoofdregel (t-2).
4.De regels
kleine werkgever: een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 10 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar;
middelgrote werkgever: een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 10 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar en dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar;
grote werkgever: een werkgever te wiens laste, in het tweede kalenderjaar dat aan het kalenderjaar waarvoor de premie wordt vastgesteld vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat kalenderjaar;
grotewerkgever, zonder dat er sprake is van (…)”
grotewerkgever die, zonder dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in artikel 5, eerst in het premiejaar, of in het eerste of tweede kalenderjaar onmiddellijk voorafgaande aan het premiejaar, de hoedanigheid van werkgever heeft verkregen, is het percentage van de in artikel 78, eerste lid, van de Wet, bedoelde gedifferentieerde premie gelijk aan het percentage, bedoeld in artikel 78, tweede lid, onderdeel a, van de Wet.”
- Gemiddeld premieplichtig loon: € 30.700
- Grens kleine/middelgrote werkgever (10 x dat loon): € 307.000
- Grens middelgrote/grote werkgever (100 x dat loon): € 3.070.000
Kleine werkgevers
landelijkegegevens de
sectoralegegevens in de plaats komen. Voor 2014 zijn de sectorale premiecomponenten voor sector 52 (uitzendbedrijven) als volgt vastgesteld: [35]
- Sectorale premiecomponent vaste dienstbetrekkingen uitzendbedrijven: 0,14
- Sectorale premiecomponent flexibele dienstbetrekkingen uitzendbedrijven: 0,82
- Sectorale premiecomponent ZW uitzendbedrijven: 4,44
Grote werkgevers
- Gemiddelde percentage premiecomponent vaste dienstbetrekkingen: 0,49
- Gemiddelde percentage premiecomponent flexibele dienstbetrekkingen: 0,17
- Gemiddelde percentage premiecomponent ZW 0,31
- Rekenpercentage premiecomponent vaste dienstbetrekkingen: 0,51
- Rekenpercentage premiecomponent flexibele dienstbetrekkingen: 0,18
- Rekenpercentage premiecomponent ZW 0,34
relatiefeenvoudig. Art. 2.6(4)(2e helft) Besluit Wfsv berekent de individuele premiecomponenten door de per component vastgestelde rekenpremie-percentages (stap B.2) te vermeerderen of te verminderen met de in stap B.3 berekende individuele opslagen of kortingen. Het resultaat is drie individuele premiecomponenten (vast, flex, ZW).
7.Van ambtswege: naheffing bij onjuist blijkende prognose
startendewerkgever groot, middelgroot of klein is. De Staatssecretaris merkt terecht op dat daarvoor in beginsel de loonsomgegevens van het jaar t-2 beslissend zijn en dat die ontbreken. Het ligt dan in de rede om, zoals de belanghebbende heeft gedaan, uit te gaan van de redelijkerwijs te verwachten loonsom in het premiejaar.
Beschikking of mededeling
geheleWfsv en om beëindiging van de onduidelijkheid ontstaan door een uitspraak van het Hof Amsterdam over de vraag of de Inspecteur nieuwe beschikkingen mocht nemen ten nadele van de werkgever in die zin dat een hoger premiepercentage van toepassing zou zijn dan aanvankelijk beschikt. [55] Die zaak betrof onder meer per 20 oktober 2007 afgegeven beschikkingen ‘Loonheffingen Gedifferentieerde premie Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)’ die een gedifferentieerde premie ad 0,63% vaststelden en de voor deze vaststelling van belang zijnde gegevens vermeldden. De op 27 december 2008 aan de werkgever gerichte nieuwe beschikkingen waren van dezelfde strekking, maar stelden een premiepercentage ad 1,06 vast. Het Hof oordeelde dat voor een dergelijke herziening ten nadele van de werkgever van een op de voet van het tweede lid (thans het derde lid) van art. 38 Wfsv Pro genomen beschikking een wettelijke grondslag nodig was en dat die ontbrak. [56]