Conclusie
middelbevat de klacht dat het oordeel van het hof dat verdachte – ondanks de namens hem bij akte van 25 november 2014 aangebrachte ontoelaatbare beperking – in zijn hoger beroep kon worden ontvangen, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.
- tegen de beslissing van de rechtbank tot teruggave van de inbeslaggenomen goederen aan rechthebbende (zijnde de moeder van verdachte) te weten: het voorwerp genoemd onder 1 op de aangehechte lijst (bij vonnis van In beslag genomen voorwerpen en
- ten aanzien van de beslissing van de rechtbank tot teruggave van inbeslaggenomen goederen aan verdachte, te weten: de voorwerpen genoemd onder 2, 3, 4 en 6 op de aangehechte lijst (bij vonnis) van Inbeslaggenomen voorwerpen in de zaak tegen
[verdachte]met bovenvermeld parketnummer gewezen door de
Meervoudige kamerin deze rechtbank d.d. 22 september 2014.”