ECLI:NL:PHR:2017:1044
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslag auto en niet-ontvankelijkheid klager in beklag
De zaak betreft het beklag van een klager tegen de rechtbank Overijssel die zijn verzoek tot teruggave van een inbeslaggenomen Toyota Starlet ongegrond verklaarde. De auto was in beslag genomen onder de ex-partner en dochter van de klager, die de auto vermoedelijk gebruikten voor criminele activiteiten. Tijdens de behandeling van het klaagschrift gaf de officier van justitie aan dat de auto inmiddels was vernietigd vanwege hoge stallingskosten en geringe waarde.
De Hoge Raad oordeelt dat het beslag op de auto op grond van artikel 134 lid 2 sub c Sv Pro reeds was beëindigd toen het klaagschrift werd behandeld, omdat de machtiging tot vernietiging was verleend en de auto niet om baat was vervreemd. Hierdoor had de rechtbank de klager niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag. De bestreden beschikking wordt daarom vernietigd en de klager alsnog niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van de door klager gevraagde schadevergoeding merkt de Hoge Raad op dat dit onderwerp mogelijk aan de strafrechter kan worden voorgelegd indien de auto niet verbeurd wordt verklaard. In dat geval kan een beslissing over de teruggave volgen, waarbij artikel 119 lid 2 Sv Pro van toepassing is als teruggave feitelijk niet mogelijk is.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat het middel geen bespreking behoeft en dat de Hoge Raad de bestreden beschikking vernietigt en de klager niet-ontvankelijk verklaart in zijn beklag.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verklaart de klager niet-ontvankelijk in zijn beklag omdat het beslag op de auto reeds was beëindigd.