Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
3.Slotsom
4.Beslissing
10 oktober 2017.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een klaagschrift van klager tegen het beslag op een personenauto die op naam stond van zijn ex-vrouw en dochter. De rechtbank Overijssel verklaarde het klaagschrift ongegrond. De Officier van Justitie had echter medegedeeld dat de auto inmiddels was vernietigd vanwege hoge stallingskosten en geringe waarde.
Volgens artikel 134, tweede lid, Sv, wordt beslag beëindigd wanneer het voorwerp niet om baat is vervreemd nadat een machtiging is verleend. Omdat het beslag op de auto reeds was beëindigd ten tijde van de beslissing op het klaagschrift, had de rechtbank klager niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn klaagschrift.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn beklag. Hiermee wordt het klaagschrift afgewezen op formele gronden, zonder inhoudelijke behandeling van het verzoek tot teruggave van de auto.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift.