ECLI:NL:HR:2001:AD5210

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03511/00 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Besluit inbeslaggenomen voorwerpenArt. 117 Wetboek van StrafvorderingArt. 119 Wetboek van StrafvorderingArt. 134 Wetboek van StrafvorderingArt. 353 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking inzake beklag tegen inbeslagname en vernietiging voertuig

In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank Almelo waarbij het beklag van klager tegen de inbeslagname van zijn auto ongegrond werd verklaard.

De auto was op 8 september 2000 vernietigd met machtiging op grond van artikel 117 Wetboek Pro van Strafvordering in verbinding met het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen. Hierdoor was het beslag op het voertuig reeds beëindigd voordat het klaagschrift werd behandeld.

De rechtbank had de klager ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag, maar deed dit niet. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking en verklaarde klager alsnog niet-ontvankelijk. Tevens werd opgemerkt dat de strafrechter later nog een beslissing kan geven over het inbeslaggenomen voorwerp, waarbij art. 119 Sv Pro van toepassing is indien teruggave feitelijk niet mogelijk is.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde dat het beslag beëindigd was door vernietiging van het voertuig, waardoor het beklag niet ontvankelijk was.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag wegens beëindiging van het beslag door vernietiging van het voertuig.

Uitspraak

27 november 2001
Strafkamer
nr. 03511/00 B
KD/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Arrondissementsrechtbank te Almelo van 11 oktober 2000,
nummer 08/201522-00, op een beklag als bedoeld in artikel 552a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, gedaan door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
De Rechtbank heeft het beklag ongegrond verklaard.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door klager. Namens deze heeft mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
3.1. Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder klager van een auto, gekentekend [...].
Op 14 september 2000 is een klaagschrift als bedoeld in art. 552a, eerste lid, Sv binnengekomen bij de Rechtbank, strekkende tot teruggave van die auto aan klager. Dat klaagschrift is door de Rechtbank op 4 oktober 2000 behandeld, waarna de Rechtbank op 11 oktober 2000 de bestreden beschikking heeft gegeven waarbij het beklag ongegrond is verklaard.
3.2. In de bestreden beschikking heeft de Rechtbank onder meer overwogen dat het desbetreffende voertuig reeds op 8 september 2000 was vernietigd. Daarbij doelt de Rechtbank kennelijk op een vernietiging ingevolge art. 117 Sv Pro in verbinding met art. 10 Besluit Pro inbeslaggenomen voorwerpen, in aanmerking genomen dat zich bij de stukken bevindt een brief van de Dienst Domeinen van het Ministerie van Financiën aan de Officier van Justitie, zakelijk inhoudende dat de desbetreffende auto met machtiging als bedoeld in art. 117 Sv Pro op 8 september 2000 is vernietigd.
3.3. Art. 134, tweede lid, Sv houdt in:
"Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
(...)
c. de machtiging als bedoeld in art. 117 is Pro verleend en het voorwerp niet om baat is vervreemd;
(...)".
3.3. Gelet op het voorgaande was het beslag reeds beëindigd ten tijde van de behandeling van en de beslissing op het klaagschrift. Dat brengt mee dat de Rechtbank de klager in zijn klaagschrift niet-ontvankelijk had behoren te verklaren. Het voorgaande staat er niet aan in de weg dat de strafrechter later ingevolge art. 353 Sv Pro een beslissing omtrent het inbeslaggenomen voorwerp dient te geven en dat dan, indien alsnog de teruggave zou worden bevolen en deze, zoals in een geval als het onderhavige, feitelijk niet meer mogelijk is, art. 119, tweede lid, Sv van overeenkomstige toepassing is.
3.5. Het vorenoverwogene brengt mee dat het middel geen behandeling behoeft en dat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden beschikking;
Verklaart de klager alsnog niet ontvankelijk in zijn beklag.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster en E.J. Numann, in bijzijn van de waarnemend-griffier I.W.P. Verboon, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 november 2001.