Conclusie
eerste middelwordt de rechtbank verweten bij de strafmotivering onvoldoende te zijn ingegaan op de concrete strafbare feiten die de veroordeelde in Duitsland heeft gepleegd en wat zijn de rol daarbij was. Het
tweede middelstelt aan de orde dat de rechtbank onvoldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde en het
derde middelbehelst de klacht dat de opgelegde straf naar Nederlandse maatstaven verbazing wekt althans onvoldoende is gemotiveerd.
De beoordeling door de rechtbank