Op 6 april 2012 pleegden verdachte en zijn medeverdachten meerdere inbraken en diefstallen, gevolgd door een vlucht voor de politie in een gestolen Audi. Tijdens de vlucht werd een politieagent in een Volvo achtervolgd, bedreigd en met opzet aangereden door de Audi. Hoewel niet vastgesteld kon worden wie de bestuurder was, oordeelde het hof dat verdachte medepleger was vanwege nauwe en bewuste samenwerking met de andere inzittenden.
De Hoge Raad overwoog dat medeplegen vereist dat er een bewuste en nauwe samenwerking is, niet noodzakelijk dat elke medepleger dezelfde rol vervult. Het feit dat verdachte en zijn medeverdachten gezamenlijk handelden, dreigend op de agent afrenden en de Audi gezamenlijk bestuurden, maakte dat het hof het medeplegen van geweld en bedreiging terecht had bewezen verklaard.
Daarnaast werd verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde diefstal van een laptop, maar veroordeeld voor opzetheling van deze laptop, omdat het hof aannemelijk achtte dat verdachte wist dat het om gestolen goederen ging. De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde het arrest van het hof zonder vernietiging.