Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instantie
3.Het geding in cassatie
overgang; niet van
uitgroeienvan werkzaamheden.
4.De doorschuifregeling van art. 3.99 Wet IB 2001
ondernemer [3] winst geniet, wordt voor het bepalen van het in het jaar uit de werkzaamheid genoten resultaat, de werkzaamheid geacht niet te zijn gestaakt. In dat geval wordt bij de onderneming de boekwaarde van de vermogensbestanddelen gesteld op de boekwaarde daarvan bij de werkzaamheid.
BNB2013/158) betrof een belastingplichtige die gronden en een hoeve verpachtte aan een BV waarvan hij alle aandelen hield. Vanaf 1 januari 2003 is de door de BV gedreven onderneming door de belastingplichtige en zijn echtgenote voortgezet in maatschapsverband, (kennelijk) zonder toepassing van artikel 14c Wet Vpb (geruisloze doorschuiving). Op deze datum heeft de belastingplichtige de pachtovereenkomst beëindigd en zijn de gronden en de hoeve aan de maatschap ter beschikking gesteld. In geschil was of op deze overgang van de vermogensbestanddelen van de resultaatssfeer naar de ondernemingssfeer de doorschuifregeling van artikel 3.99 Wet IB 2001 van toepassing was. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde dat dit niet het geval was: [19]
overgaatnaar een onderneming, maar op de situatie waarin "(...) een werkzaamheid in een kalenderjaar
uitgroeittot een onderneming (...)". De vragen 8 en 9 [27] maken duidelijk dat "uitgroeien" een beperktere betekenis heeft dan "overgaan".
Rijkerskan de doorschuifregeling van artikel 3.99 Wet IB 2001 ook worden toegepast in situaties waarin een ter beschikking gesteld vermogensbestanddeel deel gaat uitmaken van de ondernemingssfeer: [32]
Schuverligt het niet voor de hand de doorschuifregeling ook toe te passen op de overgang van vermogensbestanddelen van de tbs-sfeer naar de ondernemingssfeer, omdat daarbij geen sprake zal zijn van de ‘uitgroei’ naar een onderneming: [38]
NTFR2004/691,
BNB2004/242). Evenmin vindt de doorschuiffaciliteit toepassing bij een terugkeer uit de BV – zonder gebruikmaking van de terugkeerfaciliteit – waarbij het voorheen aan de BV verhuurde pand tot het verplichte ondernemingsvermogen van de voortzettende aandeelhouder gaat behoren (vraag 10 van het besluit van 29 april 2004, nr. CPP2003/2360M,
NTFR2004/691,
BNB2004/242). (…)
Boer&
Van der Silkachten de mogelijkheden tot toepassing van de doorschuifregeling bij de overgang van het tbs-regime naar de ondernemingssfeer beperkt: [39]
Alink, in zijn commentaar bij de onderhavige uitspraak van de Rechtbank, is de doorschuifregeling van toepassing omdat sprake is van uitbreiding van de activiteiten van de belastingplichtige: [41]