Conclusie
middel
Beslissing
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een klacht tegen de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, die op 19 november 2015 het klaagschrift van klaagster ongegrond verklaarde inzake het conservatoir derdenbeslag op haar bankrekening bij de Coöperatieve Rabobank Meppel-Steenwijkerland UA.
Klaagster verzocht om opheffing van het beslag dat in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen een derde partij was gelegd op grond van artikel 94a Sv. De rechtbank oordeelde dat klaagster geen materieel belang had bij opheffing van het strafrechtelijk beslag en dat het civielrechtelijk beslag niet aannemelijk was, waardoor het strafvorderlijk belang prevaleerde.
De Hoge Raad stelt in haar arrest dat de rechtbank niet de juiste maatstaf voor de beoordeling van het klaagschrift heeft toegepast, verwijzend naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2010:BL2823). De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling en beslissing op het bestaande klaagschrift.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad ondersteunt dit oordeel, waarbij tevens wordt verwezen naar een samenhangende zaak waarin de Hoge Raad eerder een vergelijkbare beschikking heeft vernietigd. De zaak wordt daarmee inhoudelijk opnieuw beoordeeld met inachtneming van de juiste toetsingsmaatstaf voor klachten tegen beslaglegging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor herbeoordeling met toepassing van de juiste maatstaf.