Conclusie
total lossverklaard. In deze Arubaanse zaak staat de vraag centraal of de in dit verband door het hof toegepaste schadebegrotingsmethode door de beugel kan. De benadeelde stelt dat zijn schade zo niet wordt vergoed, omdat de vergoeding hem niet werkelijk in staat stelt een vergelijkbare auto aan te schaffen en hij zo in wezen gedwongen wordt genoegen te nemen met een ander(e) (type) auto.
1.Inleiding
total lossverklaard. Centraal staat de vraag hoe de in dit verband door eigenaar [verzoeker] (verzoeker tot cassatie) geleden schade moet worden bepaald. Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep is hem weliswaar schadevergoeding toegekend, maar zijn stelling is dat zijn schade als gevolg van de daarbij toegepaste methode van schadebegroting niet volledig wordt vergoed, zodat hij in een slechtere positie is komen te verkeren dan waarin hij zonder het ongeval zou hebben verkeerd. Met diverse rechts- en motiveringsklachten komt [verzoeker] op tegen ’s hofs oordeel over de omvang van de aan hem toekomende schadevergoeding.
2.Feiten en procesverloop
mutatis mutandisHR 26 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0357, NJ 2013/219). Dat uit het door [verzoeker] overgelegde
Kelley Blue Bookmogelijk een andere waarde volgt, doet daaraan niet af. Die catalogus is uitgegeven in de Verenigde Staten en is bestemd voor de Amerikaanse automarkt.
3.Cassatiemiddel en verweer
NJ2013/219 (hierna verkort aangeduid als
Reaal/Athlon), omdat in casu eigenlijk het spiegelbeeld aan de orde is van de situatie in
Reaal/Athlon. In die zaak was de vraag of Athlon recht had op een (als gevolg van het abstraheren van de korting op de herstelkosten) hogere vergoeding dan de door haar geleden schade, terwijl in de onderhavige zaak juist de vraag is of [verzoeker] genoegen moet nemen met een lagere vergoeding dan de werkelijk door hem geleden schade, zodat hij in wezen in een slechtere toestand zou komen te verkeren dan zonder de aanrijding het geval zou zijn. Dit strookt niet met de centrale doelstelling van het schadevergoedingsrecht.
subonderdeel 2.1.4betoogt [verzoeker] dat het hof met de toepassing van de (forfaitaire) afschrijvingsmethode ten onrechte is afgeweken van het uitgangspunt van volledige schadevergoeding. In dit kader zoekt [verzoeker] aansluiting bij een algemene lijn in de rechtspraak van Uw Raad die zou inhouden dat eventuele vuistregels en fictieve rekenregels moeten wijken wanneer door de benadeelde een beroep op de werkelijke situatie wordt gedaan. [verzoeker] verwijst in dit verband naar rechtspraak op het terrein van het familierecht en van het arbeidsrecht (
subonderdeel 2.1.5).
Kelley Blue Book. [10] Dat is rechtens onjuist en onbegrijpelijk nu als hypothetische feitelijke grondslag geldt dat de door het hof bepaalde dagwaarde [verzoeker] niet in staat stelt om in Aruba eenzelfde auto van hetzelfde merk en met hetzelfde bouwjaar te kopen en hij daarmee juist is aangewezen op import uit de Verenigde Staten.
Reaal/Athlononverkort kan en mag worden toegepast. In dit geval is er, aldus
subonderdeel 2.1.8, [11] geen sprake van een tussen de partij die de schade moet betalen (de verzekeraar) en een partij die de benadeelde schadeloos moet stellen (in
Reaal/Athloneen branche van schadeherstelbedrijven) afgesproken standaardregeling op grond waarvan de benadeelde per saldo geen schade heeft geleden. Dat taxateurs een door een verzekeringsmaatschappij geaccepteerde en mogelijk in Aruba gangbare methode gebruiken, wil nog niet zeggen dat de partij die schade heeft geleden daarmee automatisch ook volledig schadeloos wordt gesteld, aldus het subonderdeel.
subonderdeel 2.1.9, [12] is een als in
Reaal/Athlongehanteerd forfaitair systeem onbruikbaar in een geval als het onderhavige, omdat het systeem in genoemd arrest is toegesneden op reparatieschade en volgens het daar gehanteerde systeem de benadeelde de keus heeft om met het toegekende bedrag de auto weer te herstellen of ongerepareerd te laten en de aldus ontstane schade te accepteren als waardevermindering. Het gaat in het arrest om vaststelling van schade die door herstel ongedaan kan worden gemaakt. In het onderhavige geval is echter sprake van een situatie waarin de auto
total lossis verklaard. Daarvoor zijn geen gestandaardiseerde bedragen beschikbaar; het enige bruikbare criterium is, aldus het middel, wat het kost om eenzelfde auto van hetzelfde merk en met hetzelfde bouwjaar aan te schaffen, waarbij juist wel de omstandigheden van het geval in acht moeten worden genomen. [13] Daar komt bij dat vastgestelde bedragen voor reparatie ook objectief beschouwd iets anders zijn dan een taxatie. Juist bij een taxatie moeten alle omstandigheden van het concrete geval in acht worden genomen, waarbij ook van invloed is de marktwaarde van de bewuste auto in het lokale economische verkeer van Aruba alsook de vraag of de op basis van een forfaitaire maatstaf berekende fictieve waarde in concreto overeenstemt met de reële marktwaarde. Voor beantwoording van deze laatste vraag is van belang of voor de forfaitair berekende waarde daadwerkelijk eenzelfde auto van het zelfde merk en met hetzelfde bouwjaar aan te schaffen is.
subonderdeel 2.1.10uit van een onjuiste rechtsopvatting.
Reaal/Athlonniet had mogen toepassen. Niet ter zake doet dat in het onderhavige geval geen sprake was van een berekeningsmethode die berustte op een afspraak tussen [verzoeker] en New India. Beide schadeberekeningsmethoden hebben doelmatigheid van de schadeafhandeling als achtergrond (schriftelijke toelichting New India randnummers 34-35).
4.Algemene uitgangspunten voor schadebegroting
volledigevergoeding van vermogensschade, [19] maar ook
concretebegroting. Dit betekent dat de schade moet worden begroot met inachtneming van alle omstandigheden van het concrete geval. Dit in tegenstelling tot de zogenaamde abstracte schadebegroting, waarbij van (sommige van) deze omstandigheden wordt geabstraheerd. [20] Uw Raad heeft het eerder, in het arrest
Rijnstate/[...], aldus geformuleerd: [21]
vrijheidniet betekent dat de rechter in een bepaald type gevallen naar believen kan kiezen en dus nu eens concreet dan weer abstract mag begroten en evenmin dat de ene rechter in een bepaald type gevallen concreet kan begroten, terwijl de andere juist voor een abstracte benadering kiest. [32] In gevallen waarin in de rechtspraak (van Uw Raad) is gekozen voor een abstracte benadering, bijvoorbeeld zoals hierna nader te bespreken in gevallen van zaaksbeschadiging, is daarmee duidelijk dat zij ook in andere vergelijkbare gevallen aangewezen is.
keuzerechtvoor benadeelde. [33] Het is niet aan hem om te kiezen tussen concrete en abstracte begroting. Hoewel er andersluidende literatuur is [34] en ook wel rechtspraak die het beeld oproept van keuzeruimte voor de benadeelde, [35] staat zij bij nadere bestudering eigenlijk in een andere sleutel: namelijk het recht om
in aanvullingop de abstract begrote schadepost vergoeding van
andereschade te vorderen. [36] Om dezelfde reden is het ook niet juist de abstract begrote schadevergoeding als
minimumte zien. Ook in dit beeld heeft de benadeelde kennelijk de ruimte om te kiezen voor een hogere concrete vergoeding. Van keuzeruimte of –vrijheid is in beginsel echter geen sprake. [37]
Rijnstate/[...]:
Reaal/Athlon, heeft net als de onderhavige zaak betrekking op schade aan auto’s en staat ook in de sleutel van efficiëntie. In het volgende citaat komt goed naar voren hoe het regime luidt: [43]
LJNAO2786,
NJ2005/76).
— achteraf — in voorkomende gevallen ter discussie kunnen komen te staan of sprake is van de door Reaal bedoelde bijzondere situatie die verband houdt met marktpositie en bedrijfsvoering. Het toelaten van een dergelijke discussie bij individuele schadegevallen zou te zeer afbreuk doen aan de snelle, eenvoudige en uniforme afwikkeling die juist bij dit soort zaakschades wenselijk is en in de praktijk wordt gebezigd. Bovendien zou het volgen van dit standpunt tot problemen van afgrenzing met andere soortgelijke gevallen leiden, waardoor afbreuk zou worden gedaan aan de hanteerbaarheid van de schadeberekening bij zaaksbeschadiging. Daarom dient de door Reaal bepleite nuancering van de hand te worden gewezen. Het ligt veeleer op de weg van de betrokken marktpartijen om binnen de gehanteerde forfaitaire berekeningsstelsels eventueel aparte categorieën op te nemen.”
nietplaatsvindt. [47] Het heeft voor de aangesprokene dus ook geen zin verweer te voeren met de strekking dat de werkelijke herstelkosten lager waren dan de objectief vastgestelde kosten.
total loss. In dat geval betreft de vergoeding het verschil tussen waarde vóór ongeval en de restwaarde in de gedachte dat met die vergoeding plus de restwaarde (ook wel sloop- of wrakwaarde genoemd) een vergelijkbare zaak op de markt zou kunnen worden aangeschaft. Per saldo zou de benadeelde dan nog steeds in de ‘oude toestand’ zijn hersteld. [52]
oldtimerof een kunstvoorwerp, om zaken waarvoor eigenlijk niet (werkelijk) van een markt kan worden gesproken of om beschadigde gebouwen dan gaan deze uitgangspunten niet zonder meer op. [53]
Den Haag/Van Schravendijk, die betrekking heeft op (herstel van) als gevolg van werkzaamheden verzakte panden, was in cassatie juist betoogd dat schadevergoeding aan een eigenaar van onroerende zaken op basis van herstel in de oude toestand slechts dan verantwoord is, indien de kosten van herstel, vermeerderd met de waarde van de onroerende zaken ná het schade-evenement, de waarde van die zaken voor dat evenement niet overtreffen. Uw Raad oordeelde anders: [54]
Den Haag/Van Schravendijk, rov. 3.6 in Uw arrest inzake
N./Hiddema, zij het dat Uw Raad daar nog het volgende aan toevoegt:
NJ 1991, 434).”
totaal verliesvan de zaak komt voor vergoeding in aanmerking de vermogensschade die de benadeelde als gevolg hiervan lijdt. In het op verduisterde containers betrekking hebbende arrest
Unico/Harteman(waarnaar Uw Raad in de zojuist aangehaalde rov. uit
N./Hiddemaook verwijst) oordeelde Uw Raad dat deze vermogensschade in het algemeen gelijkstaat aan de waarde van de zaak in het economische verkeer ten tijde van het verlies (ook aangeduid als marktwaarde, resp. waarde in het handelsverkeer, aldus Uw Raad in dit arrest). [56]
- het in het aansprakelijkheidsrecht gaat om herstel van de oorspronkelijke toestand in welk verband volledige vergoeding van de vermogensschade aan de orde is;
- concrete begroting daarbij een voor de hand liggend uitgangspunt vormt;
- niettemin de, nadrukkelijk ook door art. 6:97 BW Pro en Burgerlijk Wetboek van Aruba gelaten, ruimte bestaat voor de rechtspraak om van bepaalde omstandigheden van het concrete geval te abstraheren;
- deze ruimte bij zaaksbeschadiging ook door Uw Raad is benut waar het gaat om het bepalen van de waardevermindering na beschadiging: in dit verband zijn de naar objectieve maatstaven te bepalen kosten van herstel maatgevend en wordt van diverse omstandigheden (zoals de werkelijk gemaakte kosten en de omstandigheid dat herstel uitblijft) geabstraheerd;
- deze benadering haar begrenzing vindt in onmogelijkheid of economisch niet verantwoord zijn van herstel; in het laatste geval is de vergoeding beperkt tot het verschil tussen de waarde voor het ongeval en de restwaarde;
- dit in wezen ook gebeurt bij totaal verlies: dan heeft de benadeelde recht op vergoeding van de waarde in het economisch verkeer ten tijde van het verlies, in welk verband Uw Raad ook van marktwaarde spreekt;
- het aldus door Uw Raad ontwikkelde regime de benadeelde in principe de gelegenheid biedt zoveel mogelijk de oorspronkelijke toestand te herstellen, al was het maar door hem in staat te stellen zich een vergelijkbare zaak aan te schaffen.
5.Terug naar de klachten
mutatis mutandisnaar
Reaal/Athlon.
Afl. 26,000.- to the plaintiff, would have caused the plaintiff to retain financial loss from the total damage incurred as consequence of the corresponding collision, if executed.
mutatis mutandis, wordt verwezen naar
Reaal/Athlon.
Reaal/Athlon. Ik licht dit hierna toe.
taxateurseen door een verzekeringsmaatschappij geaccepteerde en mogelijk op Aruba gangbare methode gebruiken, wil nog niet zeggen dat de partij die schade heeft geleden
daarmeeautomatisch ook volledig schadeloos wordt gesteld. Indien het hof dat niet heeft miskend heeft het geen inzicht gegeven in zijn gedachtegang op dit punt, althans heeft het een onbegrijpelijk oordeel gegeven.”
Reaal/Athlonlevert naar mijn mening geen grond op om in het onderhavige geval af te wijken van het uitgangspunt van het schadevergoedingsrecht. In genoemde zaak sauveerde Uw Raad het oordeel dat bij de vaststelling van herstelkosten van een auto (volgens het gestandaardiseerde Audatex-systeem) geen rekening behoeft te worden gehouden met de omstandigheid dat de eigenaar (een leasemaatschappij) een korting heeft kunnen bedingen. Deze beslissing betreft dus het geval van een gestandaardiseerde afwikkeling van de herstelkosten en brengt mee dat geen rekening behoeft te worden gehouden met kortingen die
repeat players(zoals een leasemaatschappij) kunnen bedingen. Het gaat hier dus niet om het in de onderhavige zaak voorliggende geval dat – zoals bij hypothetische feitelijke grondslag vast staat – de gestandaardiseerde vergoeding ontoereikend is om een derde, zoals [verzoeker], te brengen in de positie waarin hij zou hebben verkeerd als het ongeval zou zijn uitgebleven.
Reaal/Athlonin subonderdelen 2.1.3 (2) en 2.1.9 dan ook terecht op (onder meer) de hiervoor genoemde redenen bestreden.
meerschade heeft geleden, met die schade moet blijven zitten omwille van het enkele feit dat uit een fictieve berekening een lager bedrag blijkt en er geen rekening kan en mag worden gehouden met de omstandigheden van het geval […].” Ook in subonderdeel 2.1.10 benadrukt [verzoeker] dat hij in dezelfde (financiële) positie dient te worden gebracht als vóór het ongeval.
ten hoogstetoe kunnen leiden dat als schadevergoeding in de gegeven omstandigheden (waaronder mede de specifieke omstandigheden in Aruba kunnen worden begrepen) een bedrag volstaat waarmee een (kwalitatief) gelijkwaardige auto van een ander merk of model kan worden gekocht. Het hof heeft een zodanig oordeel echter niet gegeven en heeft evenmin vastgesteld dat het op grond van de afschrijvingsmethode bepaalde bedrag toereikend zou zijn voor de aanschaf van een (kwalitatief) gelijkwaardige auto.
Arubaanseautomarkt is aangewezen op import uit Amerika is die prijs dus rechtstreeks van invloed op het bedrag dat [verzoeker] moet neertellen om in het kleine Aruba eenzelfde auto van hetzelfde merk en met hetzelfde bouwjaar te kopen.” Daartoe wordt verwezen naar randnummer 14j van de memorie van grieven en p. 39-63 en 84 van productie 2 bij die memorie. Verder wordt gewezen op de vaststelling van het hof in rov. 4.5 dat ‘het kan zijn dat in het kleine Aruba niet eenzelfde auto, van hetzelfde merk en hetzelfde bouwjaar kan worden verkregen.’
Reaal/Athlonin dezelfde rov. en voor de overweging dat [verzoeker] niet aannemelijk heeft gemaakt dat het in redelijkheid noodzakelijk is dat hij eenzelfde auto terugkrijgt (rov. 4.5). Subonderdelen 2.1.3, 2.1.6, 2.1.8, 2.1.9 en 2.1.10 zijn in zoverre terecht voorgesteld;