Conclusie
6. “opzettelijk handelen in strijd met een in art. 3 onder Pro C Opiumwet gegeven verbod”, veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan het voorwaardelijke deel vier maanden beslaat, met een proeftijd van twee jaar en met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts is een geldboete van vijfenzeventig euro opgelegd, te vervangen door één dag hechtenis. Tot slot is beslist op de vordering van de benadeelde partij en is terzake tevens de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
eerste middelklaagt over de motivering van de onder 1 bewezenverklaarde diefstal met braak in vereniging.
nahet tijdstip waarop [getuige 1] de harde geluiden hoorde: tussen 02:00 uur en 02:50 uur in de vroege ochtend van 15 februari 2014, en niet ervoor, zoals in de toelichting op het middel wordt gesteld.
tweede middelklaagt over de motivering van de onder 5 bewezenverklaarde poging tot diefstal met braak in vereniging.
28 november 2014 heeft de raadsman vrijspraak bepleit en daartoe het volgende aangevoerd [10] :