Conclusie
4.Het eerste en het tweede middel
eerste middelwordt aangevoerd dat verdachte tijdens zijn verhoor bij de politie een adres heeft opgegeven dat niet door een latere opgave is herhaald en daarom redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats had moeten worden aangemerkt.
tweede middelklaagt dat de appeldagvaarding nietig is nu het Hof er niet blijk van heeft gegeven te hebben onderzocht of verdachte ten tijde van de betekening van de dagvaarding gedetineerd was. Die klacht heeft blijkens de toelichting betrekking op de dagvaarding die op 5 december 2012 aan de griffier van de Rechtbank is uitgereikt. Aangevoerd wordt dat het Hof uit de ID-staat SKDB van 4 december 2012 niet kan worden afgeleid dat de verdachte een dag later niet gedetineerd was.