Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
pre-auction agreement [1] gesloten betreffende de veiling van acht panden in Rotterdam waarvoor [eiser 1] in totaal € 1.531.000,- zou bieden.
pre-auction agreementop die panden geboden. Een aantal van deze panden is ter veiling aan hen gegund; andere zijn door derden ingezet/afgemijnd voor een hogere koopsom dan de in de
pre-auction agreementgenoemde bedragen.
pre-auction agreementonder meer een onderhands bod van € 430.000,- namens [A] B.V. uitgebracht op een pand aan de [a-straat]. Dit pand is bij de op 21 november 2007 gehouden executoriale veiling aan hem gegund voor dat bedrag.
pre-auction agreement) door [eiser 1] is gesloten onder invloed van een geestelijke stoornis [4] . Ter adstructie hebben zij een rapport van een GZ-psycholoog overgelegd. Bij tussenvonnis van 6 juli 2011 heeft de rechtbank Rotterdam met betrekking tot een ander geschilpunt bewijs opgedragen [5] . Bij eindvonnis van 14 maart 2012 heeft de rechtbank genoemd verweer verworpen en de bovengenoemde vorderingen toegewezen [6] .
2.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
3.Bespreking van het cassatiemiddel
a prioriminder betrouwbaar is dan het rapport van een door de rechter zelf aangewezen deskundige. Wel zal de rechter bij het beoordelen van rapportage van een partijdeskundige in het bijzonder letten op (eventuele lacunes in) de vraagstelling aan de deskundige en op de door deze gehanteerde onderzoeksmethoden [18] . Daarnaast is – m.b.t. de aan de motivering van de bewijsbeslissing te stellen eisen − van belang of het rapport van de deskundige door (een der) partijen op specifieke punten is betwist [19] .