ECLI:NL:PHR:2015:795

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
31 maart 2015
Publicatiedatum
2 juni 2015
Zaaknummer
13/04345
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. IV lid 3 Procesreglement Strafkamer Hoge Raad
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid van hoger beroep wegens ontbreken pleitnota in strafzaak

Op 14 juni 2013 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage verdachte veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor meervoudige diefstal met geweld en poging daartoe, gepleegd door meerdere verenigde personen. Verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest.

Tijdens het hoger beroep was een pleitnota van de verdediging overgelegd, maar deze is bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn toegezonden niet aanwezig. Pogingen om de pleitnota alsnog te verkrijgen bleken vruchteloos, waardoor niet kan worden vastgesteld welke verweren in hoger beroep zijn gevoerd.

De Hoge Raad oordeelt dat dit verzuim zo ernstig is dat het de procesorde schaadt en onherstelbaar is. Daarom leidt het ontbreken van de pleitnota tot nietigheid van het onderzoek en vernietiging van het arrest, met terugwijzing van de zaak naar het hof voor een nieuwe berechting op het bestaande beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van de pleitnota, met terugwijzing van de zaak voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Nr. 13/04345
Mr. Machielse
Zitting 31 maart 2015
Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Op 14 juni 2013 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage verdachte voor 1 en 2: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd, en 3: poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.
2. Verdachte heeft cassatie ingesteld en mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden houdende een middel van cassatie.
3.1. Het middel klaagt dat een in hoger beroep overgelegde pleitnota in het ongerede is geraakt. Dat leidt tot nietigheid.
3..2. Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 mei 2013 houdt in dat de advocaat van verdachte, mr. G.A. Dorsman uit Rotterdam, het woord ter verdediging heeft gevoerd overeenkomstig zijn overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnotities. De advocaat van verdachte heeft geconstateerd dat deze pleitnotities zich niet bevinden in het dossier waarover de Hoger Raad beschikt en heeft zich tijdig op de voet van art. IV lid 3 van het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad tot de rolraadsheer gewend met het verzoek het dossier te doen aanvullen met deze pleitnotities. [1] De griffier van het gerechtshof heeft naar aanleiding van een verzoek vanwege de Hoge Raad bericht dat de gevraagde pleitaantekeningen in het ongerede zijn geraakt en niet meer kunnen worden aangeleverd. De advocaat van verdachte, mr. J. Kuijper is hiervan op de hoogte gesteld. Nu de pleitaantekeningen ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken, kan in cassatie niet worden nagegaan of, en zo ja welke verweren ter terechtzitting in hoger beroep zijn gevoerd. Dit verzuim, dat onherstelbaar is gebleken, strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. [2]
4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Gravenhage teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

Voetnoten

1.HR 28 juni 2011, NJ 2011, 495 m.nt. Borgers.
2.HR 18 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4707.