Conclusie
middelbehelst de klacht dat het medeplegen niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte werd door het Hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van diefstal met braak uit het Museum Catharijneconvent te Utrecht. De bewezenverklaring betrof het gezamenlijk wegnemen van een waardevolle monstrans, waarbij twee mededaders het museum binnengingen en verdachte buiten stond te wachten. Het hof achtte dit medeplegen, ondanks dat verdachte geen uitvoeringshandeling verrichtte.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor medeplegen en benadrukt dat medeplegen een nauwe en bewuste samenwerking vereist, waarbij de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht moet zijn. Louter aanwezig zijn en wachten, zonder nadere aanwijzingen van nauwe samenwerking of uitvoeringshandelingen, is onvoldoende voor medeplegen.
De bewijsmiddelen, waaronder DNA-sporen, camerabeelden, telefoongegevens en verklaringen, tonen aan dat verdachte een rol had buiten de daadwerkelijke diefstal, zoals wachten en vervoer van het gestolen goed. Het hof heeft echter niet voldoende gemotiveerd waarom dit een nauwe en bewuste samenwerking inhoudt die medeplegen rechtvaardigt.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. De uitspraak benadrukt het belang van een gedetailleerde motivering bij medeplegen, vooral wanneer de verdachte geen directe uitvoeringshandelingen heeft verricht.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van medeplegen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.