Conclusie
Bespreking van verweren
Onder het onttrekken van een minderjarige aan het wettig over hem gestelde gezag als bedoeld in artikel 279 van Pro het Wetboek van Strafrecht kan ook worden begrepen het zich niet houden aan een bij rechterlijke beslissing vastgestelde omgangsregeling (vgl. HR 15 februari 2005, LJN AR8250). De door de raadsvrouw aangehaalde wetsgeschiedenis houdt niet in dat deze toen reeds bestaande strafbaarstelling niet meer zou dienen te gelden en er is geen reden om aan te nemen dat het niet naleven van een bij rechterlijke beslissing vastgestelde omgangsregeling niet (meer) langs strafrechtelijke weg zou kunnen worden gesanctioneerd. Derhalve is het openbaar ministerie ontvankelijk in de strafvervolging van de verdachte en verwerpt het hof het primair gevoerde verweer.
eerste middelstrekt ten betoge dat het Hof heeft miskend dat art. 279 Sr Pro niet van toepassing is op onttrekking aan het gezag bestaande in het niet nakomen van een omgangsregeling.
tweede middelklaagt over de verwerping van het beroep op noodtoestand.