Conclusie
eerstenamens verdachte voorgestelde middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring: het feitelijk leiding geven kan niet uit de bewijsmiddelen worden afgeleid. In de toelichting op het middel wordt er op gewezen dat slechts de verklaring van [betrokkene 1] (bewijsmiddel 2) enige invulling geeft aan het feitelijk leiding geven.
tweedenamens verdachte voorgestelde middel klaagt in de kern over de motivering van de strafbaarverklaring van het bewezenverklaarde feit dan wel het achterwege blijven van een reactie op het verweer dat bewezenverklaarde feit geen strafbaar feit oplevert. Kort gezegd: het achterwege blijven van de meldingen is niet strafbaar, omdat er (nog) geen meldingsverplichting voor trustkantoren bestond.
tweede middelniet tot cassatie kan leiden, omdat verdachte onvoldoende rechtens te respecteren belang bij de klacht heeft. Weliswaar is de uiteindelijke grondslag van de meldingsplicht de Beschikking uit 2001 en gold de meldingsplicht anders dan het Hof overwoog bij 20.000 NAF, maar dat neemt niet weg dat de meldingsplicht gelet op de bewezenverklaarde transacties bestond.
derde middelklaagt erover dat “het Hof ten onrechte niet heeft gerespondeerd op het door verzoekster gevoerde verweer dat op Sint Maarten nauwelijks informatie beschikbaar was over het doen van MOT-meldingen, welk verweer dient te worden opgevat als een beroep op een strafuitsluitingsgrond.”
derde middelfaalt.