4.2.Deze bewezenverklaring steunt op de volgende, in de aanvulling op het verkorte arrest opgenomen bewijsmiddelen:
“1. Een in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, d.d. 14 februari 1991 (pagina's 31 tot en met 35 van de ordner met opschrift [slachtoffer], deelonderzoek [slachtoffer] 2/4 origineel, voorzien van blauwe sticker met tekst 'map 1') voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als bevindingen van verbalisanten:
Op donderdag 14 februari 1991 omstreeks 15.34 uur bevonden wij ons in de meldkamer van de gemeentepolitie Deventer. Daar werd de melding ontvangen dat een kind was overleden in een perceel aan de [a-straat] te [woonplaats]. Wij begaven ons daarheen enarriveerden om 15.44 uur. Ter plaatse bleek het om het perceel [a-straat] te gaan. Wij zagen op een bed in een slaapkamer een meisje liggen. Wij zagen blauwe plekken en striemen in de hals van het meisje. Ook boven de tepels van het meisje zagen wij blauwe plekken en striemen zitten. Ons werd door het reeds aanwezige ambulancepersoneel meegedeeld dat het meisje was overleden en dat zij het meisje op het bed hadden gelegd. Terplaatse was ook aanwezig de kinderarts. Zij deelde ons mede dat zij in de onderbroek van het meisje bloed had aangetroffen. Tevens had zij bloed aangetroffen in de vagina van het meisje.
Ter plaatse was ook aanwezig de moeder van het slachtoffer. Zij deelde mede dat om de hals van het meisje een bruine japon had gezeten en dat zij die van de hals van het slachtoffer had afgehaald.
2. Een in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, d.d. 14 februari 1991 (opgenomen onder tabblad Bijlage 1 in dewitte ordner met opschrift Dossier forensische opsporing, zaak [slachtoffer]) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als bevinding van verbalisanten:
Op 14 februari 1991 stellen wij een onderzoek in in het perceel [a-straat] te [woonplaats]. In slaapkamer D stond tegen de zijmuur een eenpersoonsbed met daarop een deken.
Het hoofdkussen van het bed werd links naast het bed op de vloer aangetroffen. Op dit hoofdkussen en op het onderlaken van het bed, ter hoogte van de ligplaats van het hoofdkussen, werden enige op bloed gelijkende vlekjes aangetroffen. In de kamer waren enige draden gespannen waaraan wasgoed hing.
In de woonkamer bevond zich een stoffen bank met daarop een kleed waarop speelgoed lag.
Verder lag op de bank een bakje gevuld met een hoeveelheid noten.
3. Een in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 15 februari 1991 (pagina's 43 tot en met 49 van de onder 1. genoemde ordner) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als verklaring van getuige [getuige]:
lk ben de moeder van [slachtoffer]. [slachtoffer] is geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats]. Ik woon samen met [betrokkene 1], mijn partner, en [slachtoffer] aan het adres [a-straat] in [woonplaats]. Gisteren, 14 februari 1991, ben ik omstreeks 08.00 uur naar mijn werk gegaan. [betrokkene 1] was toen al weg. [slachtoffer] bleef alleen thuis. Omstreeks 12.00 uur, maar het kan ook iets eerder zijn geweest, had ik telefonisch contact met [slachtoffer]. Ik heb haar toen gezegd dat het goed was dat ze nu haar vriendinnetje [betrokkene 2] zou bellen met de vraag of zij daar mocht spelen. Ik sprak af dat [slachtoffer] mij zou bellen als ze daar was aangekomen. Ik heb omstreeks 14.30 uur [betrokkene 2] gebeld of [slachtoffer] daar al was, maar dat bleek niet het geval. Ik werd toen ergongerust en ben naar huis gegaan. Ik opende de voordeur van mijn woning met mijn sleutel.
Ik zag meteen [slachtoffer] liggen. Zij lag met haar hoofd ter hoogte van de keukendeurstijl. Haar benen lagen in de richting van de woonkamer en de slaapkamerdeur. Ik zag dat de nek van [slachtoffer] was omwikkeld met mijn nachtjapon. Die nachtjapon had ik de dag ervoor gewassen en te drogen gehangen op de waslijn op [slachtoffer]'s kamer. Ik weet zeker dat zij mijn nachtjapon die nacht niet had gedragen.
4. Een in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 18 februari 1991 (pagina's 51 toten met 60 van de onder 1. genoemde ordner) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als verklaring van getuige [getuige]:
p. 57: [slachtoffer] droeg 's morgens toen ik naar m'n werk ging een roze driekwart nachthemd met een dierenmotief aan de voorkant.
5. Een in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 25 februari 1991 (pagina's 66 tot en met 69 van de onder 1. genoemde ordner) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als verklaring van getuige [getuige]:
p. 67: Het bruine nachthemd zat om de hals van [slachtoffer] met een enkele knoop. Ik heb de knoop losgemaakt en het nachthemd verwijderd. Het nachthemd zat strak om haar hals getrokken want ik moest met mijn vingers tussen het nachthemd en de hals van [slachtoffer] om het nachthemd los te maken en te verwijderen.
6. Een in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige (met als bijlage 4 foto's, genummerd 1 t/m 4), d.d. 16 december 2009 (pagina's 3483 tot en met 3496 van de zwarte ordner met opschrift Aanvullend dossier, 1/1 origineel en voorzien van een groene sticker met daarop de tekst Map 4) voor zoverinhoudende, zakelijk weergegeven:
als verklaring van getuige [getuige]:
p. 3487: (Toont foto 3, slaapkamer [slachtoffer])
Wat valt u aan deze foto op? Ik zie haar slaapkussen, roze, dat ligt voor de verwarming.
7. Een schriftelijk stuk zijnde een rapport van het Laboratorium voor gerechtelijke Pathologie d.d. 11 juli 1991 (opgenomen onder tabblad Bijlage 6 in de witte ordner met opschrift Dossier forensische opsporing, zaak [slachtoffer]) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als verklaring van patholoog-anatoom C.J.J. Hens:
Op 15 februari 1991 verrichtte ik de in- en uitwendige schouwing van het lijk van [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats]. Mijn conclusie luidt dat bij haar het intreden van de dood kon worden verklaard door verstikking als gevolg van gebleken inwerking vanuitwendig mechanisch samendrukkend geweld op de hals (wurging en/of strangulatie).
Bij onderzoek van de geslachtsdelen bleek dat uit de schede wat bloed kwam. Aan de onderzijde van de schede was een klein scheurtje.
8. Een geschrift, zijnde een lijst van sporen (opgenomen onder tabblad Bijlage 2 in de witte ordner met opschrift Dossier forensische opsporing, zaak [slachtoffer]) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als veilig gesteld spoor:
A14, nachthemd bruin/zwart, aangetroffen [a-straat] op 14 februari 1991 en verzonden naar het Ger. Lab.
9. Een geschrift, zijnde een rapport van het gerechtelijk Laboratorium van het Ministerie van Justitie van 1 juli 1991, opgemaakt door drs J.M. Kockx (opgenomen onder tabblad Bijlage 20 in de witte ordner met opschrift Dossier forensische opsporing, zaak [slachtoffer]) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als verklaring van drs Kockx voornoemd:
Het nachthemd (A14) werd onderzocht op de aanwezigheid van het enzym a-amylase, een bestanddeel van speeksel. Op enkele plaatsen op de voor- en achterzijde werd een positieve reactie waargenomen op de aanwezigheid van het enzym a-amylase. Veilig gesteld werden een spoor ter hoogte van de halsopening aan de voorzijde, een spoor ter hoogte van het boord aan de voorzijde en een spoor aan de linkerkant op de achterzijde.
10. Een geschrift zijnde een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 29 januari 2010, opgemaakt door dr. A.J. Kal (los rapport in het hoofddossier) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als verklaring van rapporteur:
In 2003 is het DNA-identiteitszegel [ASA488] toegekend aan de bemonsteringen van het nachthemd A14 en zijn de volgnummers #1, #2 en #3 toegekend aan resterende stukjes textiel.
11. Een geschrift, zijnde een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 9 juli 2009, opgemaakt door dr. A.J. Kal (p. 1761 tot en met 1763, opgenomen onder tabblad E in de zwarte ordner met opschrift [slachtoffer], deelonderzoek [slachtoffer] 1/4 en voorzien van eenoranje sticker met letter A), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als verklaring van rapporteur:
Zaaknummer: 2009.07.06.197 (aanvraag 002)
Aan het referentiemonster bloed RAAA2505NL van verdachte [verdachte] is DNA-onderzoek verricht. Daaruit is een DNA-profiel verkregen dat op 9 juli 2009 is opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en sindsdien wordt vergeleken met daarinaanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking is één match gevonden. Deze matchende profielen zijn bij het Nederland Forensisch Instituut geregistreerd onder DNA-profielcluster 12487. Het DNA in het sporenmateriaal met het identiteitszegel ASA488#1 uit DNA profielcluster 12487 kan afkomstig zijn van [verdachte]. De berekende frequentie van het DNA-profiel van het DNA in het sporenmateriaal, ofwel de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel wordt per spoor aangegeven in de bijlage.
DNA-profielcluster 12487
Bijlage bij NFI-zaaknummer 2009.07.06.197
Onderzoeksmateriaal: een referentiemonster bloed van [verdachte]
DNA-identiteitszegel: RAAA2505NL
Soort DNA-profiel: volledig SGM+ profiel
Onderzoeksmateriaal: bemonstering
DNA-identiteitszegel: ASA488#1
Soort DNA-profiel: volledig SGM+ profiel
Berekende frequentie DNA-Profiel: kleiner dan één op één miljard.
12. Een geschrift, zijnde een rapport van forensisch geneeskundigen van 9 juni 2003 (opgenomen onder tabblad bijlage 42 in de zwarte ordner met opschrift 05 LTK, origineel proces-verbaal, Technische Recherche, Zaak [slachtoffer]) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als verklaring van rapporteurs:
Wij, E.J.L. Reijnders, D. Botter en R. Bilo hebben als forensisch deskundigen foto's beoordeeld van het lijk van [slachtoffer].
Het letsel aan de vagina is zeer waarschijnlijk bij leven ontstaan. Het letsel past bij schade door manipulatie. Het imponeert als letsel dat door een klein scherp object (bijvoorbeeld: een scherpe nagel) is veroorzaakt.
13. Een in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 september 2009 (pagina's 2445 tot en met 2511 van de zwarte ordner met opschrift [slachtoffer], 4/4 origineel en voorzien van een groene sticker met daarop de tekst Map 2) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als verklaring van verdachte:
p. 2456: op een gegeven moment is het contact tussen mij en het meisje sterker geworden.
Ik heb haar gestreeld tussen de benen, ik heb haar gekust. Dat is allemaal wel gebeurd. Ik heb haar ook gelikt tussen de benen.
p. 2457: Ik ging naar haar toe. Zij deed de deur open en zei dat haar ouders niet aanwezig waren. Ik ging toen naar binnen. Dat Turkse meisje ging verder tv kijken, ik ging achter haar zitten en begon haar te strelen. Ze verweerde zich niet. Daarna ben ik naar de slaapkamer gegaan. Daar gestreeld en uitgekleed en toen verder gestreeld tussen haar benen. Ik heb haar snoepjes gegeven die ze lekker vond. Volgens mij pinda’s of...ja, pinda's. Turkse pinda's. Ik had een zakje meegenomen voor haar, 250 of 500 gram.
p. 2461: als je gewoon over haar kutje strijkt dan loopt ze niet weg. Maar probeer ik naar binnen te gaan, dan is ze zo weg. Toch ging mijn vinger met strelen wel eens naar binnen, ietsje achter de lippen.
p. 2477: Meestal loop ik naar de overkant, over het grasveldje heen, naar die deur toe. Want die (mensen in) de flats zagen me gelijk aankomen. Ik liep dus de andere kant op, via het grasveld, richting de grote weg en dan achter de flat. Anders kom ik die mensen tegen,
p. 2480: Als zij dat toeliet likte ik ook haar kutje. De laatste keer liet ze het kutje likken niet toe. De rest wel. Ze wilde strelen, haar tietjes strelen. Verder niet. Ze hield de benen stijf op elkaar. Ze lag toen op haar bed. Naakt. Op haar rug. Ze begon aan de lakens en dekens tetrekken dat ze overheen wil halen, ze duwt me van bed af meerdere malen maar ik ben wat zwaarder dan zij dus natuurlijk lukt dat niet.
p. 2481 : Het kussen op het bed lag aan de muurkant. Ze wilde gaan zitten en begon te huilen en gillen.
14. Een in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 september 2009 (pagina's 2554 tot en met 2621 van de zwarte ordner met opschrift [slachtoffer], 4/4 origineel en voorzien van een groene sticker met daarop de tekst Map 2) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als verklaring van verdachte:
p. 2585: U vraagt me wat ik op seksueel gebied met haar gedaan hebt. Ik heb haar gestreeld, met tong langs kutje. Ik heb haar tietjes, haar kutje, haar gezicht gestreeld. En gewoon haar lichaam. Benen en buik. De ene keer was ze opgewekt, vrolijk, andere keer bedroefd. En dan moet ze, mocht ik alleen onderbroekje gewoon aan en alleen tietjes strijken. Kusjes geven op de mond en tietjes in de mond nemen,
p. 2586: Zij kleedt altijd zelf uit.
p. 2608: Verbalisant: Er is iets in haar vagina gegaan waardoor ze is gaan bloeden. En datzelfde moment of kort daarna is ze overleden [verdachte]. Dat houdt verband met elkaar. Dat kun je niet uit elkaar halen.... Het misbruik en haar dood houden verband met elkaar... En jij zegt: dat ene stukje heb ik wel gedaan.
Verdachte: ja, dat heb ik wel gedaan, maar over wat er daarna is gebeurd wil ik niet verklaren.
15. Een in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 november 2009 (pagina's 3247 tot en met 3321 van de zwarte ordner met opschrift Aanvullend dossier, 1/1 origineel en voorzien van een groene sticker met daarop de tekst Map 4) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als verklaring van verdachte:
p. 3270: Ik was die dag thuis en heb haar zien zwaaien. [slachtoffer] stond voor het raam in een pyjama met een beertje erop. Ik heb die dag tijdschriften gepakt en ik ben naar haar flat gegaan. Ik heb op de bel gedrukt. Toen ging de deur open en stond ze daar.”