Conclusie
eerste middelwordt ten aanzien van feit 1 geklaagd dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de opzet van verdachte gericht was op het door de dader gepleegde misdrijf. Het
tweede middelziet op het tweede feit en bevat de klacht dat niet uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat verdachte wist dat het geldbedrag uit misdrijf was verkregen. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
derde middelwordt geklaagd dat de als bewijsmiddel 7 gebezigde verklaring van verdachte niet redengevend is voor de bewezenverklaring.