Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , alsmede de oplegging van de daarmee corresponderende schadevergoedingsmaatregelen, onbegrijpelijk is gemotiveerd, aangezien het hof daarbij de schade ontstaan door gestolen telefoons heeft betrokken, terwijl het tevens de teruggave aan de benadeelde partijen van die in beslag genomen telefoons heeft bevolen.
hij op 4 januari 2012 te Diemen op de openbare weg Roerdomppad tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen telefoons (merk Sony en BlackBerry) en een MP3 speler en sleutels een Rabobankpas en een OV-chipkaart en een tas (merk Enrico Bennetti) en een laptop (merk Fuji Siemens) en een Luxemburgs rijbewijs en een Luxemburgse identiteitskaart en een VISA bankkaart en een BCEE Axess bankkaart en een boek (‘From boss to Host”) en portemonnees en pasjes en een notitieblok en geld en een Duits rijbewijs en een Duitse identiteitskaart en een studentenkaart van Hogeschool Diemen en een zorgpas (Barmer UKV) en een Visakaart en een EC-kaart en een laptoptas (merk Picard) toebehorende aan [benadeelde 3] of [benadeelde 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde 3] en [benadeelde 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en zijn mededader, voornoemde [benadeelde 3] en [benadeelde 1] onverhoeds van achteren hebben benaderd en [benadeelde 3] hebben geschopt ten gevolge waarvan die [benadeelde 3] ten val is gekomen en [benadeelde 3] en [benadeelde 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp hebben getoond en tegen het hoofd van voornoemde [benadeelde 3] en [benadeelde 1] hebben gericht gehouden en voornoemde [benadeelde 3] en [benadeelde 1] naar een bosschage hebben gesleurd en hebben gezegd: “If you say a word, we are going tot kill you” en “Shut up or I’m going to kill you” en voornoemde [benadeelde 3] en [benadeelde 1] met een vuurwapen, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd/oog/de neus hebben geslagen en tegen die [benadeelde 3] en [benadeelde 1] hebben gezegd dat ze op hun buik op de grond moesten gaan liggen en vervolgens hebben gezegd: “Give me your phone’s” en op de rug van voornoemde [benadeelde 1] zijn gaan zitten en met een vuurwapen, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, door de haren van die [benadeelde 1] hebben gewreven en daarbij hebben gezegd: “Who should I shoot first because there’s somebody going to die tonight” en grommende geluiden hebben gemaakt en hebben gezegd: “You can be happy that my brother didn’t shoot you, he’s very aggressive, he already kill someone” en “Don’t move! If you move we will see you! If you go to Inholland we will shoot you” en “If you contact the police we will kill you, we know where you live” en tegen voornoemde [benadeelde 1] en [benadeelde 3] hebben gezegd dat ze hen zouden vermoorden als zij de pincodes behorende bij hun bankrekening niet correct opgaven, althans telkens een of meer woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
tweede middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.