Conclusie
“Afgezien van de gevallen waarin de zaak eindigt in een veroordeling tot een straf of maatregel of in de toepassing van art. 9a Sr, en waarin aldus is komen vast te staan dat de gewezen verdachte de aandacht van de justitiële autoriteiten — en het maken van kosten voor een raadsman — aan zichzelf te wijten heeft, kan uit de totstandkomingsgeschiedenis van art. 591a Sv niet worden afgeleid dat de wetgever heeft beoogd de mogelijkheid tot toekenning van een dergelijke vergoeding te binden aan strikte grenzen wat betreft de fase van het strafproces waarin de kosten van een raadsman in de geëindigde strafzaak zijn gemaakt of wat betreft de aard van de met die zaak rechtstreeks verband houdende juridische procedure.”
Schending dan wel verkeerde toepassing van het recht en/of verzuim van vormen doordat het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, ten onrechte heeft geoordeeld dat de verzoekster niet kan worden ontvangen in haar verzoek om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in het kader van de bezwaarschriftprocedure ex art. 7 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en van het opstellen en indienen van het desbetreffende verzoekschrift op de grond dat noch art. 591 noch Pro art. 591a Sv daarvoor een wettelijke grondslag biedt.