Conclusie
onder meerde (voorlopige) aanslagen over 2012 en 2013, de jaarstukken over 2012 en een actuele draagkrachtberekening ontbreken en de man bovendien heeft nagelaten gegevens over 2014 in te dienen. De klachten stuiten hierop reeds af.
onderdeel 2dat er geen verplichting voor een procespartij bestaat om een draagkrachtberekening over te leggen, ziet eraan voorbij dat het aan de man was om het hof ervan te overtuigen dat hij onvoldoende draagkrachtig was. Het hof was dan ook niet gehouden om, de overgelegde gegevens onvoldoende duidelijk oordelend, de man ter zake nader te ondervragen of in de gelegenheid te stellen aanvullende gegevens te verstrekken [5] .
onderdeel 6af.
onderdeel 5, waarin wordt geklaagd dat het hof op basis van de wel overgelegde gegevens tot een berekening van de draagkracht had moeten komen.
onderdeel 3is het oordeel van het hof allereerst tegenstrijdig met zijn vaststelling in diezelfde rechtsoverweging dat bij de door de man overgelegde stukken met betrekking tot 2012 en 2013 de nodige kanttekeningen zijn te plaatsen die door de man onvoldoende zijn weerlegd.
Onderdeel 4klaagt over de overweging van het hof dat het feit dat de Belastingdienst de aanslagen over 2010 en 2011 heeft gebaseerd op de door de man ingediende aangiftes, niet zonder meer leidt tot de conclusie dat de jaarstukken van de man bezien in het licht van zijn alimentatieverplichtingen, per definitie kloppend en aanvaardbaar zijn. Volgens het onderdeel heeft het hof geen andere taak dan de overgelegde jaarstukken te beoordelen, indien deze hebben geleid tot een daarop betrekkelijke IB- aanslag. Het hof komt volgens het onderdeel in ieder geval niet de taak of de bevoegdheid toe die jaarstukken op inrichting of samenstelling te beoordelen, omdat die taak of bevoegdheid enkel de fiscus toekomt.