ECLI:NL:PHR:2015:1623
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens schending recht op effectieve rechtsbijstand bij afwijzing aanhoudingsverzoek
De zaak betreft een cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin verdachte was veroordeeld voor poging tot moord en bedreiging met een gevangenisstraf van zes jaren en TBS. Tijdens het hoger beroep legde de toegevoegde raadsman de verdediging neer vanwege onbetaalde rechtsbijstand en verzocht om aanhouding van de zaak. Het hof wees dit verzoek af en behandelde de zaak zonder dat verdachte feitelijk door een raadsman werd bijgestaan.
De Hoge Raad oordeelt dat het recht op rechtsbijstand volgens art. 6 EVRM Pro praktisch en effectief moet zijn en niet slechts formeel. Het feit dat formeel een raadsman was toegevoegd, betekent niet dat het recht op effectieve bijstand is gewaarborgd als deze raadsman de verdediging neerlegt en geen vervanging wordt geregeld. Het hof heeft hiermee art. 6 lid 3 onder Pro c EVRM en art. 45 Sv Pro geschonden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof of een ander hof voor hernieuwde behandeling. De belangenafweging van het hof waarbij het belang van de strafrechtspleging en organisatie zwaarder werden gewogen dan het recht op effectieve rechtsbijstand, wordt niet aanvaard. Het belang van de benadeelde partij mag ook worden meegewogen, maar mag niet ten koste gaan van het fundamentele recht op effectieve bijstand.
De conclusie benadrukt dat het recht op rechtsbijstand een wezenlijk belang is, zeker bij ernstige strafzaken met lange vrijheidsstraffen en TBS, en dat de rechter bij aanhoudingsverzoeken zorgvuldig moet toetsen of dit recht daadwerkelijk wordt gewaarborgd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het recht op effectieve rechtsbijstand en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.