Conclusie
4.Het eerste en het tweede middel
“Het slachtoffer kwam opgewonden en met veel lawaai en gebaren het privégedeelte binnen, waarbij hij tegen [betrokkene 1] aankwam en met hem in gevecht raakte. Ik schrok hiervan. [betrokkene 2] gaf mij een pistool en zei dat ik het pistool in mijn zak moest steken. Dat heb ik gedaan. Het pistool zat in mijn rechterbroekzak. Ik wist niet dat het wapen geladen was. [betrokkene 1] was op dat moment nog in gevecht met het slachtoffer. Het slachtoffer zal gehurkt en binnen enkele seconden zag ik het slachtoffer omhoog komen. Ik zag hem een gebaar maken om een vuurwapen te pakken. Ik zag ook iets van metaal wat ik voor een wapen aanzag. Ik werd ineens doodsbang en raakte in paniek. Het slachtoffer stond heel dicht bij mij, op ongeveer een halve meter tot een meter en ik kon nergens naar toe omdat [betrokkene 1] naast mij stond. Daarom heb ik uit paniek, op het moment dat het slachtoffer dat gebaar maakte, het pistool uit mijn zak getrokken en heb ik op het slachtoffer geschoten. Ik heb het slachtoffer als het ware van mij afgeschoten. Het slachtoffer bleef namelijk op mij afkomen. Hij stond heel dicht bij mij. In mijn herinnering heb ik achter elkaar door geschoten terwijl ik vluchtende was. Ik hoorde meteen een knal toen ik de trekker de eerste keer overhaalde”.