Conclusie
[verdachte]
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte op 20 augustus 2013 veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf wegens doodslag op 9 september 2011. Het hof stelde vast dat verdachte het slachtoffer opzettelijk heeft gedood in zijn woning door meerdere klappen op het hoofd en samendrukkend geweld op de hals toe te brengen. Bloedsporen van het slachtoffer werden onder de laklaag van de geschuurde vloer in de woning van verdachte aangetroffen.
De verdediging voerde aan dat het slachtoffer na het bezoek aan verdachte nog in leven was gezien door getuigen en dat het bloed pas later op de vloer kon zijn gekomen. Het hof verwierp deze stellingen, onder meer omdat getuigen hun eerdere verklaringen hadden herroepen en het bloedspoor en de omstandigheden het tijdstip van overlijden tussen 13:53 en 20:00 op 9 september 2011 aannemelijk maakten. Ook het bezoek van verdachte aan een derde getuige omstreeks 17:00 uur, waarbij verdachte bleek en bezweet was, werd betrokken in de bewijsvoering.
Het lichaam van het slachtoffer werd op 16 november 2011 in een nabijgelegen maïsveld gevonden. Het hof achtte aannemelijk dat verdachte het lichaam daar heeft begraven, wat een strafverzwarende omstandigheid vormde. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, bevestigde de bewijsvoering en oordeelde dat het hof terecht tot veroordeling en strafoplegging is gekomen. Tevens werd de toewijzing van een schadevergoedingsmaatregel aan een benadeelde partij bevestigd.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte tot 12 jaar gevangenisstraf wegens doodslag met veroordeling tot schadevergoeding.