ECLI:NL:HR:2014:1518

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2014
Publicatiedatum
24 juni 2014
Zaaknummer
13/04257
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie tegen arrest Gerechtshof 's-Hertogenbosch

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 augustus 2013 in een strafzaak. Namens de verdachte heeft mr. H.M.W. Daamen middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering gegeven omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.

Uitspraak

24 juni 2014
Strafkamer
nr. 13/04257
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 augustus 2013, nummer 20/000121-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Mr. H.M.W. Daamen en mr. B.A.M. Hendrix, beiden advocaat te Maastricht, hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 juni 2014.