Conclusie
derde middelklaagt dat het onderzoek ter terechtzitting [3] in hoger beroep van 26 april 2013 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het Hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor gekwalificeerde diefstal, met een gevangenisstraf van zes maanden waarvan vier voorwaardelijk, en een taakstraf. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld door de verdediging en de benadeelde partij.
Een van de middelen van cassatie betrof de nietigheid van het onderzoek in hoger beroep, omdat de pleitnota die door de raadsman tijdens de terechtzitting was gebruikt, ontbrak in de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Pogingen om alsnog een afschrift van deze pleitnota te verkrijgen, bleken vruchteloos.
De Hoge Raad oordeelde dat door het ontbreken van de pleitnota niet kan worden vastgesteld of er meer verweren zijn gevoerd dan in het arrest vermeld, wat een ernstig procesverzuim vormt dat leidt tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak. Daarom werd het middel gegrond verklaard, het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling.
Een bespreking van de overige middelen was niet nodig. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing, conform de regels van een behoorlijke procesorde en het recht op een eerlijk proces.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen vanwege het ontbreken van de pleitnota.