Conclusie
"9. C. Verhulst
"Contra-expertise handschriftonderzoek
Bewijsoverweging feit 1
Parket bij de Hoge Raad
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot zestien maanden gevangenisstraf voor drugshandel en overtreding van de wapens- en munitiewet. Verdachte stelde cassatie in tegen deze veroordeling en voerde onder meer aan dat het hof ten onrechte het verzoek tot een contra-expertise handschriftonderzoek had afgewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf van noodzakelijkheid had toegepast bij de afwijzing van het verzoek tot tegenonderzoek. De verdediging had de deskundige Verhulst kunnen ondervragen over de betekenis van de termen 'waarschijnlijk' en 'mogelijk' in het handschriftonderzoek, en een contra-expertise was niet noodzakelijk. Ook de bewijsvoering over de betrokkenheid van verdachte bij de hennephandel was toereikend gemotiveerd.
Wel werd vastgesteld dat de inzendtermijn voor cassatie met een maand was overschreden. De Hoge Raad achtte dit reden om de opgelegde straf te verminderen, maar vond geen aanleiding tot vernietiging van het vonnis. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: De straf van zestien maanden gevangenisstraf wordt bevestigd maar verminderd wegens overschrijding van de inzendtermijn.