Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van de gestelde vraag
4.Inleiding
Art. 7:629 lid 3 aanhef Pro en onder c en d in de parlementaire geschiedenis
5.Beantwoording van de prejudiciële vraag
periodewaarin de werknemer zijn werkzaamheden niet heeft verricht. Dat blijkt ook heel duidelijk uit de onder 4.1 geciteerde wetsgeschiedenis, met name uit de laatste alinea. Wanneer de werknemer later de “passende arbeid” weer volledig gaat verrichten, heeft hij vanaf dat moment weer aanspraak op de in art. 7:629 lid 1 BW Pro genoemde vergoeding. Dat blijkt ook duidelijk uit de tekst van de wet waarin wordt gesproken van “voor de tijd”.