Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
kanhebben bereikt vóór de aanvang van de zitting, lijkt mij daarom in haar algemeenheid te boud. Iets anders is, dat de oproepingsbrief verzonden is naar betrokkene op het adres Poeldijkstraat 10. Dit betekent dat, ook al zou de oproepingsbrief op vrijdag of zaterdag aan dit adres zijn aangeboden, daarmee niet gegeven is dat de oproepingsbrief betrokkene heeft bereikt. Aannemelijk is dat op dit adres ook anderen wonen. Over de wijze waarop de post aan bewoners wordt uitgereikt blijkt uit de bestreden beschikking en uit de gedingstukken niets.
kunnenmaken dat betrokkene niet bereid was zich te laten horen. Daartegenover stonden evenwel enkele contra-indicaties: het feit dat betrokkene kort tevoren uitdrukkelijk aan de rechtbank de wens te kennen had gegeven te worden gehoord; de korte termijn van oproeping in combinatie met het feit dat de oproeping was verzonden naar − wat ik maar zal aanduiden als − een verzameladres. Van het fundamentele recht om te worden gehoord kan door de rechthebbende uit eigen, vrije wil afstand worden gedaan: dit kan uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden, maar in ieder geval dient het ondubbelzinnig te geschieden. Van ondubbelzinnige keuze van betrokkene om weg te blijven was, gelet op die eerder geuite wens, in dit geval geen sprake. Per saldo meen ik dat het bestreden oordeel hetzij blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de eisen die in een geval als dit aan de hoorplicht worden gesteld, hetzij ontoereikend is gemotiveerd.