ECLI:NL:PHR:2014:2259
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest valse aangifte stalking wegens onjuiste rechtsopvatting Hof
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld wegens het doen van valse aangifte van stalking. Het Hof had geoordeeld dat verdachte opzettelijk onware feiten had vermeld, namelijk dat zij nooit een relatie had gehad met de betrokkene en dat zij anderhalf jaar werd gestalkt, terwijl zij kort daarvoor een relatie met hem had gehad.
De Hoge Raad herhaalt dat voor toepassing van art. 188 Sr Pro vereist is dat het feit waarop de aangifte betrekking heeft, niet is gepleegd. Het enkele feit dat de aangifte onware mededelingen bevat, betekent niet automatisch dat het strafbare feit niet heeft plaatsgevonden. Het Hof had moeten onderzoeken of na correctie van de onwaarheden in de aangifte nog voldoende feiten overblijven om van stalking te spreken.
De Hoge Raad constateert dat het Hof dit onderzoek niet heeft verricht en dat de motivering van het oordeel onbegrijpelijk is. De verklaring van verdachte dat zij niet de gehele waarheid sprak, betekent niet dat het feit van stalking niet is gepleegd. Daarom slaagt het cassatiemiddel dat het oordeel van het Hof aan een onjuiste rechtsopvatting lijdt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling. Het eerste cassatiemiddel faalt omdat het Hof het bewijs niet uitsluitend op de opgaven van verdachte heeft gebaseerd en aan het wettelijk bewijsminimum voldeed.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd vanwege een onjuiste rechtsopvatting over de toepassing van art. 188 Sr.