Conclusie
2.Vermelding van de achtergrond van de prejudiciële vraag
VEB SettlementFund
,At the same time it makes the first installment to the Settlement Fund Royal Ahold shall make a payment of $ 8,820,000 into an escrow account (the "VEB Settlement Fund") (…) for payment to the Vereniging van Effectenbezitters (the "VEB") (...) for their assistance in facilitating the global resolution of all disputes between the parties and the Class and actively encouraging this settlement in the Netherlands and Europe.”
3.Prejudiciële vraag
4.Beoordeling
Behoudens voor zover het een vordering tot schadevergoeding te voldoen in geld betreft (waarover hieronder meer), is het een dergelijke organisatie in principe toegestaan iedere vordering in te stellen.(toegevoegde cursivering, A-G) Voor ontvankelijkheid is dan ook niet het type vordering doorslaggevend, maar, zoals gezegd, of de bij de vordering betrokken belangen zich voor bundeling lenen. Of dit het geval is, is geheel afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Zijn de bij de procedure betrokken belangen te veelsoortig, dan is voor een collectieve actie geen plaats. Reeds eerder is aangegeven dat slechts gelijksoortige belangen zich voor bundeling lenen. Belangenorganisaties kunnen onder het onderhavige wetsvoorstel niet alleen een bevel of verbod vragen, maar ook nakoming van contractuele verplichtingen. Hierin ligt een uitbreiding ten opzichte van het voorontwerp.”
free rider” gedrag wordt voorkomen.
pro en contravoorzien van een uitgebreide toelichting, die grotendeels berust op de argumenten die zijn opgenomen in de eerder door hen bij de rechtbank overgelegde
legal opinions. Daaruit blijkt dat voor beide standpunten het nodige valt te zeggen. De argumenten houden elkaar naar mijn inschatting vrijwel in evenwicht, waardoor de beantwoording van deze vraag lastig is. Het belang van beide partijen is groot, want bij een ontkennende beantwoording van de onderhavige vraag valt het doek in de hoofdprocedure [18] .
contraworden ondersteund door een beroep op een restrictieve uitleg van de wettelijke bepalingen. De argumenten
prowijzen vooral op de praktische voordelen van een collectieve actie.
American Pipe & Construction Co v. Utahaanvaard dat een
class actionde verjaring opschort gedurende de procedure om redenen van “
efficiency and economy of litigation”. [24] In Canada bestaan wettelijke regelingen van
Class Proceedings,waarin de opschorting van de verjaring is geregeld. [25] Het onder l) vermelde argument dat een belangenorganisatie krachtens last of volmacht kan handelen, staat tegenover het onder n) genoemde argument dat de collectieve actie juist bedoeld is om namens de benadeelden te kunnen handelen. Dat ‘
free riders’ daarvan profiteren, is dan ook de bedoeling van de regeling. [26]
Far Trading/Edco [33] het standpunt heeft ingenomen dat de stuiting moet uitgaan van de gerechtigde zelf, maar daarbij is zij niet ingegaan op de mogelijkheid van toerekening van een stuitingshandeling. De Hoge Raad heeft dat wel gedaan en overwoog (rov. 3.3.2):