ECLI:NL:HR:2012:BV2839
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schorsing verjaring schadevordering op grond van schriftelijke vordering CMR
In deze zaak stond centraal of een schriftelijke vordering als bedoeld in art. 32 lid 2 CMR Pro de verjaring van een schadevordering schorst. De zaak betrof een transportschade aan een boormachine die tijdens vervoer onder een CMR-vrachtbrief was beschadigd door een aanrijding met een viaduct.
De eiseres, Fortis Corporate Insurance N.V., trad op namens haar verzekerde en vorderde betaling van schadevergoeding van de vervoerder. De vervoerder stelde zich primair op het standpunt dat de vordering was verjaard. De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof oordeelde dat de schriftelijke vordering (een fax) onvoldoende duidelijkheid gaf over de schade waarop de vordering was gebaseerd en wees de vordering af wegens verjaring.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en stelde dat de schriftelijke vordering volgens art. 32 lid 2 CMR Pro weliswaar een duidelijke aanzegging van aansprakelijkstelling moet bevatten, maar niet hoeft te specificeren hoe de schade is ontstaan, waaruit deze bestaat of welk bedrag wordt gevorderd. De fax van 22 november 1996 voldeed hieraan en schorst daarmee de verjaring. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling.
De uitspraak benadrukt het doel van de schorsing van de verjaring: de gerechtigde in staat stellen de schade te onderzoeken en een minnelijke regeling te treffen zonder dat de verjaring het rechtsmiddel blokkeert.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de schriftelijke vordering in art. 32 lid 2 CMR geen specificatie van schade behoeft en schorst daarmee de verjaring; het hofarrest wordt vernietigd en de zaak verwezen.