Conclusie
middelklaagt dat de strafoplegging ontoereikend is gemotiveerd, omdat het Hof daarbij één (of meer) niet-onherroepelijke veroordeling(en) in aanmerking heeft genomen.
Op te leggen straf
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte is door de rechtbank veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van poging tot moord, diefstal door twee of meer personen en medeplegen van mishandeling. Tegen deze veroordeling stelde verdachte hoger beroep in bij het hof, dat het vonnis vernietigde maar verdachte opnieuw veroordeelde tot vijf jaar gevangenisstraf. Het cassatieberoep van verdachte tegen deze uitspraak werd door de Hoge Raad niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het hof onherroepelijk werd.
In een andere zaak werd verdachte veroordeeld tot acht weken gevangenisstraf wegens overtreding van de Opiumwet en diefstal. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen de strafoplegging, stellende dat het hof ten onrechte niet-onherroepelijke eerdere veroordelingen in de strafoplegging had betrokken. De Hoge Raad oordeelde dat de eerdere veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf inmiddels onherroepelijk was geworden, zodat het belang bij het middel was komen te vervallen.
Verder werd het argument verworpen dat het hof niet had mogen meewegen dat verdachte voorvluchtig was, aangezien deze omstandigheid tijdens de terechtzitting aan de orde was gekomen en relevant was voor de strafoplegging. De Hoge Raad vond geen gronden om ambtshalve te vernietigen en verwierp het cassatieberoep, waarmee de strafoplegging standhield.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en de veroordeling tot acht weken gevangenisstraf blijft in stand.