ECLI:NL:HR:2006:AV7970
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gevangenisstraf ondanks onherroepelijkheid eerdere veroordeling
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte is veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met een ander ernstig geweldsdelict waarvoor verdachte op dezelfde dag is veroordeeld, maar dat toen nog niet onherroepelijk was.
Verdachte klaagde in cassatie dat het hof ten onrechte een strafbaar feit heeft meegewogen waarvoor geen onherroepelijke veroordeling bestond. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit feit inderdaad niet had mogen betrekken bij de strafoplegging, conform eerdere jurisprudentie.
Echter, omdat de andere veroordeling inmiddels onherroepelijk is geworden bij arrest van de Hoge Raad van 23 mei 2006, is het belang van deze klacht komen te vervallen. De Hoge Raad ziet geen andere gronden om het arrest te vernietigen en verwerpt het beroep van verdachte.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de opgelegde gevangenisstraf van twee weken blijft gehandhaafd.