Conclusie
oudSr in het licht van art. 1, tweede lid, Sr de voor de betrokkene meest gunstige bepaling is. Dat brengt mee dat, gelijk het Hof heeft gedaan, uitsluitend het genoten voordeel kan worden ontnomen dat
door middel vanof
uitde bewezenverklaarde strafbare feiten is verkregen. Daaruit volgt dat sprake moet zijn van enig causaal verband tussen die feiten en het wederrechtelijk verkregen voordeel. Voor een goed begrip geef ik de tekst van het hier toepasselijke art. 36e, eerste lid,
oudSr weer:
Primair: veroordeelde heeft uit het bewezenverklaarde handelen geen financieel voordeel genoten
oudSr van toepassing is en dat dienvolgens een causaal verband moet bestaan tussen de ten laste van de betrokkene bewezenverklaarde feiten in de hoofdzaak en kort gezegd het ontnemingsbedrag.
zelftelkens een oorlogsmisdrijf opleverden en in causaal verband
daarmeede betrokkene het door het Hof berekende voordeel heeft verkregen. Het betreffende verweer snijdt mitsdien geen hout, wat er zij van ’s Hofs motivering van de afwijzing daarvan. Reeds omdat hier de vergelijking met het aangehaalde arrest van de Hoge Raad niet opgaat, meen ik dat de klacht in haar onderdelen doel mist.
oudSr zoals deze bepaling tot 1 maart 1993 luidde (vgl. hierboven onder 5).