ECLI:NL:PHR:2014:1804
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis en geneeskundige verklaring
In deze zaak staat de beoordeling van een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis centraal, waarbij de totstandkoming van de geneeskundige verklaring en het behandelingsplan worden betwist. Betrokkene was aanvankelijk opgenomen op basis van een voorwaardelijke machtiging die op 16 maart 2014 verliep. Kort daarvoor werd deze omgezet in een voorlopige machtiging. De officier van justitie vroeg vervolgens om een machtiging tot voortgezet verblijf, waarbij een geneeskundige verklaring van 13 maart 2014 werd overgelegd die door de verdediging werd betwist vanwege onrechtmatigheden in de totstandkoming.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van 13 maart 2014 onjuist tot stand was gekomen, maar wees het verzoek niet af en beval een nieuw onderzoek en een nieuwe verklaring. Op 11 april 2014 werd een correcte geneeskundige verklaring overgelegd, waarop de rechtbank de machtiging verleende tot 16 maart 2015. Betrokkene stelde cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelt dat de onvolkomenheden in de eerste verklaring niet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek, mede omdat de correcte verklaring later werd overgelegd. Ook de klacht over het behandelingsplan en de overschrijding van de beslistermijn faalt, aangezien de wet geen sanctie aan de termijnoverschrijding verbindt en de rechtbank de machtiging slechts voor een jaar verleende. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de machtiging tot voortgezet verblijf blijft van kracht tot 16 maart 2015.