Conclusie
[verdachte]
eerste middelklaagt dat het Hof ten onrechte althans op onbegrijpelijke of ontoereikende gronden het (voorwaardelijk) wrakingsverzoek van de verdachte buiten beschouwing heeft gelaten.
tweede middelklaagt dat het Hof een te beperkte invulling heeft gegeven aan de verwijzingsopdracht van de Hoge Raad.
derde middelziet op de strafoplegging.
vierde middelklaagt over de verwerping door het Hof van het verweer dat in strijd met art. 152 Sv Pro door de opsporingsambtenaren niets is gerelateerd over de fysieke en psychische toestand waarin verdachte verkeerde tijdens de inverzekeringstelling.
vijfde middelklaagt dat het Hof in strijd met art. 359, tweede lid, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van de door de verdediging naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunten met betrekking tot diverse mensenrechtenschendingen zoals geformuleerd in de pleitnota’s van de verdachte van 2009 en 2013.
bij de Hoge Raad der Nederlanden