ECLI:NL:PHR:2013:CA1779
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij psychische stoornis verdachte
De verdachte werd door de Rechtbank te 's-Gravenhage veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Hij stelde hoger beroep in na het verstrijken van de wettelijke termijn. De verdediging voerde aan dat de termijnoverschrijding verontschuldigbaar was vanwege een psychose die de verdachte verhinderde het hoger beroep tijdig in te stellen.
Het hof liet een deskundigenrapport van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) opstellen, waarin werd geconcludeerd dat er geen aanwijzingen waren dat de verdachte na het vonnis aan een zodanige psychische stoornis leed dat hij niet in staat was te beoordelen of een rechtsmiddel moest worden ingesteld. De verdediging verzocht om de psychiater die het rapport opstelde als getuige te horen, maar dit verzoek werd afgewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar was en dat de verdachte niet ontvankelijk is in zijn hoger beroep. De klacht over de afwijzing van het getuigenverzoek faalde, omdat het rapport een duidelijk antwoord gaf en de verdediging geen onvolledigheid had aangetoond.
De Hoge Raad wees tevens op de lange duur van de procedure en het mogelijke effect daarvan op de strafmaat. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet-verontschuldigbare termijnoverschrijding.