ECLI:NL:PHR:2013:BZ6381
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorlopige machtiging wegens schending hoor en wederhoor en onvoldoende psychiatrisch onderzoek
De zaak betreft een verzoek tot verlening van een voorlopige machtiging voor opname in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van de Wet BOPZ. De rechtbank verleende de machtiging nadat de psychiater aanvullende informatie verstrekte zonder dat betrokkene of zijn advocaat hierover werden geïnformeerd of de mogelijkheid kregen hierop te reageren, wat een schending van het beginsel van hoor en wederhoor oplevert.
Daarnaast was de geneeskundige verklaring gebaseerd op dossieronderzoek en overleg met de behandelend psychiater, zonder dat betrokkene persoonlijk opnieuw werd onderzocht. Dit voldoet niet aan de vereisten van art. 5 lid 1 Wet Pro BOPZ, aangezien geen reden werd gegeven waarom een persoonlijk onderzoek niet heeft plaatsgevonden.
De Hoge Raad oordeelt dat deze tekortkomingen leiden tot vernietiging van de beschikking en verwijzing van de zaak naar de rechtbank 's-Gravenhage voor een nieuwe behandeling waarin het beginsel van hoor en wederhoor wordt gerespecteerd en een adequaat psychiatrisch onderzoek wordt verricht.
Uitkomst: De voorlopige machtiging wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe behandeling met inachtneming van hoor en wederhoor en adequaat psychiatrisch onderzoek.