ECLI:NL:PHR:2013:BZ5670
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens tekortkomingen verhuurder
Deze zaak betreft de ontbinding van een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte in een winkelcentrum te Leiden, waarbij de huurder klaagt over gebreken zoals rioolmugoverlast en een verpauperde staat van het pand. De huurder vordert ontbinding, huurprijsvermindering, herstel van onderhoud en schadevergoeding. De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat sprake was van tekortkomingen die ontbinding rechtvaardigen.
Het hof stelde vast dat er sprake was van gebreken door de langdurige aanwezigheid van rioolmuggen en de verpauperde toestand aan de achterzijde van het winkelcentrum, met name het ontbreken van ruiten. Hoewel geen ingebrekestelling was gedaan, oordeelde het hof dat dit niet vereist was vanwege de blijvende onmogelijkheid van nakoming. De verhuurder had bovendien geen herstelmaatregelen getroffen ondanks kennis van de situatie.
De verhuurder stelde cassatie in tegen het oordeel dat de rioolmuggen een gebrek vormden en dat verzuim zonder ingebrekestelling was ingetreden. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof zijn eigen waarnemingen mocht gebruiken, ook als die niet in het proces-verbaal waren opgenomen. De Hoge Raad benadrukte dat het ontbreken van ingebrekestelling niet altijd vereist is bij voortdurende tekortkomingen. De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het cassatieberoep moet worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontbinding van de huurovereenkomst wegens tekortkomingen van de verhuurder zonder vereiste ingebrekestelling.