ECLI:NL:HR:2012:BU9898
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Wijziging partneralimentatie en terugvordering te veel betaalde alimentatie
Partijen zijn voormalige echtgenoten die een echtscheidingsconvenant sloten met een niet-wijzigingsbeding en een vaste partneralimentatie van €1.920 per maand. Door wijziging van rechtswege bedroeg de alimentatie bij beschikking €2.085,66. De man verzocht om verlaging van de alimentatie naar €500 per maand met ingang van 1 juli 2009. De rechtbank stelde de alimentatie vast op €596 per maand vanaf 1 augustus 2009, omdat de vrouw vanaf dat moment rekening kon houden met de wijziging. Het hof bekrachtigde dit en nam aan dat de man afstand had gedaan van terugvordering van te veel betaalde alimentatie.
De man stelde in cassatie dat het hof onbegrijpelijk oordeelde dat hij afstand had gedaan van terugvordering, terwijl het proces-verbaal een andere verklaring bevatte waarin stond dat terugbetaling pas na beschikking vereist was. De Hoge Raad oordeelde dat hoewel de rechter niet strikt gebonden is aan het proces-verbaal, er sprake is van een motiveringsgebrek als de uitspraak steunt op een ter zitting gedaan feit dat het proces-verbaal tegenspreekt. Dit was hier het geval, waardoor vernietiging van het hofarrest noodzakelijk was.
Verder benadrukte de Hoge Raad dat bij wijziging van alimentatie met terugwerkende kracht behoedzaam moet worden omgegaan met de ingangsdatum, vooral vanwege de mogelijke terugbetalingsverplichting van de onderhoudsgerechtigde. De rechter moet beoordelen of terugbetaling redelijk is en dit motiveren. Omdat het hof had aangenomen dat de man geen terugbetaling verlangde, maar dit niet juist bleek, werd ook het incidentele cassatieberoep gegrond verklaard. De zaak werd verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest wegens motiveringsgebrek en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam.