ECLI:NL:HR:2002:AD4925
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens tekortkomingen huurder en gebruiksbestemming
In deze zaak vordert eiseres de ontbinding van een huurovereenkomst betreffende een parterreruimte met tuin en kelder, alsmede ontruiming en betaling van achterstallige huur en kosten. De huurder, verweerder, gebruikte de ruimte onder meer als woonruimte, wat volgens de overeenkomst niet was toegestaan.
De Kantonrechter wees de meeste vorderingen af, maar veroordeelde verweerder tot betaling van achterstallige indexeringen en incassokosten. In hoger beroep werden enkele vorderingen toegewezen, waaronder het verbod op woongebruik en een aangepaste huurprijs met indexering. De Rechtbank oordeelde echter dat de tekortkomingen van verweerder niet tot ontbinding van de huurovereenkomst leidden omdat hij niet in verzuim was gesteld.
De Hoge Raad stelt dat de Rechtbank een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door te oordelen dat ontbinding niet mogelijk is zonder verzuim. De Hoge Raad benadrukt dat bij voortdurende verplichtingen in een huurovereenkomst ontbinding ook kan worden toegewezen wanneer nakoming in het verleden onmogelijk is geworden, ook al is nakoming in de toekomst nog mogelijk.
Het arrest vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing omtrent de ontbinding en de overige vorderingen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het vonnis van de Rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof voor verdere behandeling.