ECLI:NL:PHR:2013:BZ4100
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over precariobelasting en gedoogplicht voor lege mantelbuizen in openbare grond
Deze zaak betreft de heffing van precariobelasting door de gemeente Rijswijk over lege mantelbuizen die in de openbare grond zijn aangelegd door een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk. De kern van het geschil is of de gemeente precariobelasting mag heffen over deze niet in gebruik genomen buizen, gezien de gedoogplicht die voortvloeit uit de Telecommunicatiewet (TW).
De gemeente had met terugwerkende kracht een instemmingsbesluit afgegeven voor het aanleggen en in stand houden van HDPE-buizen, waaronder lege mantelbuizen. Volgens het beleid van de gemeente en het instemmingsbesluit zou precariobelasting pas verschuldigd zijn indien de buizen niet binnen een jaar in gebruik werden genomen. De belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag precariobelasting over 2002, stellende dat de gedoogplicht uit de TW heffing in de weg staat.
De Rechtbank oordeelde dat de gemeente het vertrouwen had gewekt dat pas na één jaar na afgifte van het instemmingsbesluit precariobelasting zou worden geheven. Het Hof bevestigde dat de gedoogplicht uit de TW ook voor lege mantelbuizen geldt en dat de gemeente daarom geen precariobelasting mag heffen zolang de buizen niet in gebruik zijn genomen binnen de termijn van één jaar na het instemmingsbesluit. De Hoge Raad bevestigt deze lijn en benadrukt dat de gedoogplicht uit de TW ertoe leidt dat gemeenten geen precariobelasting kunnen heffen over voorwerpen die zij wettelijk moeten gedogen, zoals lege mantelbuizen van geregistreerde aanbieders met een instemmingsbesluit.
De zaak bevat uitgebreide overwegingen over de wettelijke basis van de gedoogplicht, de definitie van kabels en mantelbuizen, de beleidsmatige en wettelijke ontwikkelingen rond precariobelasting, en de jurisprudentie die bevestigt dat gedoogplichtige gemeenten geen precariobelasting mogen heffen. Tevens is aandacht voor de problematiek van lege mantelbuizen die niet direct worden gebruikt, waarbij een termijn van gebruik binnen vier jaar wordt voorgesteld in toekomstige wetgeving om onnodige congestie te voorkomen.
De Hoge Raad bevestigt dat het instemmingsbesluit en het gemeentelijk beleid het rechtens te honoreren vertrouwen scheppen dat precariobelasting pas na een jaar na afgifte van het besluit kan worden geheven, en dat de gedoogplicht uit de TW de heffing van precariobelasting over lege mantelbuizen in de onderhavige periode uitsluit.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de gemeente geen precariobelasting mag heffen over lege mantelbuizen die zij wettelijk moet gedogen.