ECLI:NL:HR:2013:BZ4100

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11/05405
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 228 GemeentewetArt. 5.1 TelecommunicatiewetArt. 7:1a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt onrechtmatigheid precariobelasting op lege mantelbuizen

In deze zaak stond de precariobelasting over het jaar 2004 centraal, opgelegd aan belanghebbende door de gemeente Rijswijk. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde en de aanslag verminderde.

De gemeente ging in hoger beroep bij het hof, dat het oordeel van de rechtbank bevestigde. Vervolgens stelde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de gemeente geen precariobelasting kan heffen over lege mantelbuizen van een aanbieder aan wie een instemmingsbesluit is verleend op grond van de Telecommunicatiewet zoals die tot 19 mei 2004 gold. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en de gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.

De uitspraak bevestigt de bescherming van aanbieders van telecommunicatiediensten tegen precariobelasting op infrastructuur die onder een instemmingsbesluit valt, en verduidelijkt de toepassing van artikel 228 Gemeentewet Pro in samenhang met de Telecommunicatiewet.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van de gemeente Rijswijk wordt ongegrond verklaard en de precariobelasting op lege mantelbuizen wordt niet geheven.

Uitspraak

15 maart 2013
Nr. 11/05405
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk te Rijswijk (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 november 2011, nr. BK-10/00392, betreffende een aan X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde aanslag in de precariobelasting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2004 een aanslag in de precariobelasting opgelegd. Met toepassing van artikel 7:1a Awb is door belanghebbende beroep tegen deze aanslag ingesteld.
De Rechtbank te 's-Gravenhage (nr. AWB 08/3808 PREGW) heeft het beroep gegrond verklaard en de aanslag verminderd.
De heffingsambtenaar van de gemeente Rijswijk heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Belanghebbende heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Het College heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 22 oktober 2012 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 11/05404 tussen dezelfde partijen uitgesproken arrest van de Hoge Raad.
4. Proceskosten
Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met nummers 11/05404 en 11/05406 met de onderhavige zaak samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op een derde van € 2124, derhalve € 708, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, M.W.C. Feteris, R.J. Koopman en G. de Groot, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2013.
Van de gemeente Rijswijk wordt ter zake van het door het College ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 454.