ECLI:NL:PHR:2013:BY6750
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt draagkracht moeder bij kinderalimentatie en interen op vermogen
In deze zaak staat de kinderalimentatie centraal na echtscheiding van partijen en de meerderjarigheid van hun dochter. De rechtbank bepaalde dat de vader € 500 per maand aan de moeder moest betalen voor de verzorging en opvoeding van de dochter. Het hof verlaagde dit bedrag naar € 250 per maand per ouder, omdat de moeder geen inzicht gaf in haar financiële situatie, maar wel over een aanzienlijk vermogen beschikte.
De moeder stelde in cassatie dat het hof ten onrechte voorbijging aan een afspraak over de alimentatie en dat haar draagkracht onjuist werd beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht aannam dat de moeder op haar vermogen kan interen, mede omdat zij geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die dit zouden verhinderen. Tevens werd bevestigd dat bij gebrek aan financiële gegevens van een partij de rechter een redelijke gevolgtrekking mag maken.
De Hoge Raad verwierp de klachten van de moeder en bevestigde dat de wettelijke norm is dat ouders naar draagkracht bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding. De uitspraak benadrukt dat interen op eigen vermogen ook bij kinderalimentatie mogelijk is, en dat de draagkracht van ouders beoordeeld moet worden aan de hand van beschikbare informatie. Het beroep van de moeder werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen; zij wordt geacht op haar vermogen te interen en draagt samen met de vader bij in de kosten van verzorging en opvoeding van de dochter.