ECLI:NL:HR:2008:BF7412
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling partneralimentatie en interen op vermogen na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de vaststelling van partneralimentatie na echtscheiding. De man verzocht om een bijdrage van de vrouw in zijn levensonderhoud van € 750 per maand, welke door de rechtbank en het hof werd afgewezen.
De man beschikte over een aanzienlijk vermogen en een WAO-uitkering, maar stelde dat hij vanwege dubbele woonlasten tijdelijk niet in zijn levensonderhoud kon voorzien zonder interen op zijn vermogen. Het hof oordeelde dat de man in redelijkheid wel op zijn vermogen kon interen, aangezien de dubbele woonlasten het gevolg waren van een eigen keuze, namelijk het laten bouwen van een nieuwe woning, waarvoor geen noodzaak was gesteld.
De Hoge Raad bevestigde dat het uitgangspunt is dat niet van de alimentatiegerechtigde kan worden verlangd dat hij inteert op zijn vermogen, maar dat dit afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde het oordeel van het hof dat het verzoek tot partneralimentatie moest worden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot partneralimentatie wordt afgewezen omdat de man in redelijkheid op zijn vermogen kan interen.