ECLI:NL:PHR:2013:BY1882
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling draagkracht bij vaststelling kinderalimentatie met stiefkinderen betrokken
In deze zaak gaat het om de vaststelling van kinderalimentatie waarbij de draagkracht van de man verdeeld moet worden over zijn biologische kinderen uit een eerdere relatie en zijn stiefkinderen uit een nieuwe relatie. De man is hertrouwd en woont samen met zijn nieuwe partner en haar drie kinderen. De vrouw heeft verzocht om vaststelling van kinderalimentatie voor de kinderen uit haar relatie met de man.
De rechtbank stelde de alimentatie vast op €449 per maand per kind, maar het hof vernietigde deze beschikking en bepaalde de alimentatie lager, namelijk €224 per maand per kind tot maart 2011 en daarna €182,50 per maand per kind. De vrouw stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad bespreekt de toepassing van art. 1:397 lid 2 BW Pro, waarin wordt bepaald dat bij meerdere onderhoudsplichtigen de omvang van ieders bijdrage afhangt van de draagkracht en de bijzondere verhouding tot het kind. De Hoge Raad bevestigt dat de draagkracht van de nieuwe partner en diens onderhoudsplicht jegens stiefkinderen meegewogen moet worden. Het hof heeft terecht de draagkracht van de man gelijkelijk verdeeld over zijn biologische kinderen en stiefkinderen, mede omdat de nieuwe partner niet in staat is bij te dragen en de alimentatie van haar voormalige echtgenoot een indicatie geeft van de draagkracht.
De klachten van de vrouw dat het hof onvoldoende rekening heeft gehouden met de verdiencapaciteit van de nieuwe partner en de actuele draagkracht van haar voormalige echtgenoot worden verworpen. Ook het betoog dat de behoefte van de stiefkinderen niet gelijkgesteld mag worden aan die van de biologische kinderen wordt niet gevolgd, omdat het verschil gering is en de draagkracht onvoldoende is om volledig aan alle behoeften te voldoen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is om het cassatieberoep te verwerpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.