ECLI:NL:PHR:2013:BW6520
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onzakelijke borgstelling en fiscale aftrekbaarheid van verlies op groepskredietfaciliteit
De zaak betreft een fiscale procedure over de aftrekbaarheid van een verlies van € 5.191.883 door X BV, onderdeel van een concern, die zich hoofdelijk aansprakelijk stelde voor een groepskredietfaciliteit van € 110 miljoen verstrekt aan de moedermaatschappij en andere concernvennootschappen. De rechtbank en het hof Arnhem oordeelden dat de borgstelling onzakelijk was, omdat de belanghebbende een debiteurenrisico aanvaardde dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, en weigerden aftrek van het verlies.
De belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat het hof onbegrijpelijk oordeelde over de omvang van het risico en het gebruik van de kredietfaciliteit, en dat de borgstelling wel degelijk zakelijk was. De Staatssecretaris verdedigde het oordeel van het hof. De Procureur-Generaal concludeerde dat de jurisprudentie over onzakelijke leningen ook mutatis mutandis geldt voor onzakelijke garanties en borgstellingen, en dat het verlies op een dergelijke borgstelling niet aftrekbaar is als geen zakelijke vergoeding kon worden bepaald.
De Procureur-Generaal stelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had geoordeeld dat geen zakelijke vergoeding mogelijk was, mede omdat het hof het risico vanuit een achteruitkijkspiegel beoordeelde en onvoldoende rekening hield met de omvang van het gebruikte krediet, de regresrechten en de voordelen van de concernbrede garantie. Hij adviseerde vernietiging en verwijzing voor nader onderzoek naar de bepaalbaarheid van een zakelijke vergoeding voor het saldorisico ten tijde van de borgstelling.
De conclusie benadrukt dat de beoordeling van de (on)zakelijkheid van de borgstelling moet plaatsvinden op het moment van afgifte, waarbij het saldo van voordelen en risico's binnen het concern in aanmerking moet worden genomen. De zaak wordt terugverwezen voor nader feitelijk onderzoek en beoordeling van de subsidiaire stelling van de inspecteur over de fiscale eenheid.
Uitkomst: Cassatieberoep deels gegrond verklaard, arrest hof vernietigd en zaak verwezen voor nader onderzoek naar zakelijkheid borgstelling.